Artikel 112, WIB 92
Art. 112 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 71, WIB; art. 14, W 07.12.1988; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. De in artikel 104, eerste lid, 6°, vermelde bezoldigingen van een huisbediende zijn aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:
1° de bezoldigingen bedragen ten minste 100.000 frank per belastbaar tijdperk en zijn aan het stelsel van de sociale zekerheid onderworpen;
2° bij zijn indiensttreding is de huisbediende sedert ten minste 6 maanden gerechtigd tot uitkering als volledig werkloze of tot het bestaansminimum;
3° bij de indienstneming laat de belastingplichtige zich bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid als werkgever van huispersoneel inschrijven en de inschrijving is de eerste in die hoedanigheid sinds 1 januari 1980;
4° voor aftrek komen alleen de bezoldigingen van één huisbediende in aanmerking;
5° het bedrag van de aftrek is per belastbaar tijdperk niet hoger dan 200.000 frank.
§ 2. De in § 1, 2° en 3°, bepaalde voorwaarden zijn niet van toepassing ingeval de belastingplichtige op 1 juli 1986 reeds sedert ten minste één jaar een huisbediende in dienst had.
§ 3. Na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst wordt de aftrek van de bezoldigingen van een huisbediende die voldoet aan de in § 1, 2°, gestelde voorwaarde verder toegestaan ingeval de belastingplichtige binnen 3 maanden een andere huisbediende in dienst neemt die aan dezelfde voorwaarden voldoet.
