Artikel 133, WIB 92
Art. 133, § 1, 5°, is opgeheven vanaf het aanslagjaar 2000; art. 133, § 2, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2000 (art. 5, W 04.05.1999 - B.S. 04.06.1999; Numac: 1999003329)
§ 1. De belastingvrije som wordt bovendien nog met de volgende toeslagen verhoogd:
1° met 35.000 frank voor een niet-hertrouwde weduwnaar of weduwe, alsook voor een ongehuwde vader of moeder die één of meer kinderen ten laste heeft;
2° met 35.000 frank voor elk gehandicapte belastingplichtige;
3° met 35.000 frank voor iedere gehandicapte andere persoon ten laste;
4° met 35.000 frank voor een gehuwde belastingplichtige voor het jaar van zijn huwelijk indien de echtgenoot geen bestaansmiddelen heeft gehad die meer dan 60.000 frank netto bedragen;
5° (...)
§ 2. Voor het jaar waarin het huwelijk door overlijden is ontbonden, wordt de belastingvrije som van de echtgenoten verhoogd met de als volgt vastgestelde toeslagen:
1° wat de aanslag in de belasting op naam van de langstlevende echtgenoot betreft, een bedrag gelijk aan het positieve verschil tussen enerzijds 235.000 frank, en anderzijds het belastbare nettoberoepsinkomen van de overleden echtgenoot;
2° wat de aanslag in de belasting op de nalatenschap van de overleden echtgenoot betreft, een bedrag gelijk aan het positieve verschil tussen enerzijds 235.000 frank en anderzijds het belastbare nettoberoepsinkomen van de langstlevende echtgenoot.
Die toeslagen worden evenwel verminderd indien de toekenning ervan ertoe zou leiden dat het totaal van de belastingen die door de langstlevende echtgenoot zijn verschuldigd en van de belastingen die moeten worden betaald op de nalatenschap van de overleden echtgenoot, kleiner is dan de gezamenlijke belastingen die zouden zijn verschuldigd indien de echtgenoten niet als alleenstaanden hoefden te worden beschouwd voor het berekenen van de belasting.
Voor de toepassing van deze paragraaf is:
- het belastbare nettoberoepsinkomen van een echtgenoot het beroepsinkomen na aftrek van zijn aandeel in de bestedingen bedoeld in afdeling VI van hoofdstuk II van deze titel;
- de verschuldigde belasting, de personenbelasting vastgesteld:
- vóór toepassing van de in de artikelen 146 tot 154 bedoelde verminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten;
- vóór toepassing van de in de artikelen 155 en 156 bedoelde vermindering voor inkomsten uit het buitenland;
- vóór verrekening van de in de artikelen 157 tot 168 en 175 tot 177 vermelde voorafbetalingen en van de voorheffingen, het forfaitair gedeelte van buitenlandse belastingen en het belastingkrediet vermeld in de artikelen 277 tot 296;
- vóór de toepassing van de in de artikelen 157 tot 168 vermelde vermeerderingen, van de in de artikelen 175 tot 177 vermelde bonificatie en van de belastingverhogingen vermeld in artikel 444.
