Artikel 145^19, WIB 92

Art. 145^19, tweede lid, is van toepassing op de leningen die zijn aangegaan vanaf 01.01.2001 en voor zover ze geen leningen vervangen die vóór die datum zijn afgesloten (art. 2, KB 13.07.2001 - B.S. 11.08.2001; Numac: 2001003362 - err. B.S. 21.12.2001)

De in artikel 145^17, 1° en 2° bedoelde bijdragen en betalingen komen voor de verhoogde vermindering in aanmerking onder dezelfde voorwaarden als respectievelijk in de artikelen 145^4 en 145^5, eerste lid, vermeld zijn.

Daarenboven komen de bedoelde bijdragen en betalingen slechts voor de verhoogde vermindering in aanmerking in zoverre zij betrekking hebben op de eerste schijf van 50.000 euro, 52.500 euro, 55.000 euro, 60.000 euro of 65.000 euro van het aanvangsbedrag van de voor de enige woning aangegane leningen, naargelang de belastingplichtige geen, een, twee, drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft. Het aantal kinderen ten laste wordt geteld op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is gesloten.