Artikel 17, WIB 92

Art. 17, § 1, 4°, de Koning bepaalt de datum waarop de bepalingen van deze wet in werking treden (art. 72 en 114, W 28.04.2003 - B.S. 15.05.2003; Numac: 2003022481 - err. B.S. 26.05.2003)

[Art. 23, KB van 14.11.2003 houdende uitvoering van de wet van 28.04.2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (B.S. 14.11.2003, ed. 2), regelt de inwerkingtreding van deze wet; art. 72 is van toepassing op de lijfrenten die zijn betaald vanaf 01.01.2004 (art. 23, § 3, A, 5°, 1ste streepje)]


§ 1. Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen zijn alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk:

1° dividenden;

2° interest;

3° inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen;

4° inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten die geen pensioenen zijn en na 1 januari 1962 onder bezwarende titel zijn aangelegd ten laste van enige rechtspersoon of onderneming. De lijfrenten die zijn aangelegd tegen storting met afstand van een kapitaal dat is gevormd met bijdragen of premies als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°, zijn geen pensioenen.

§ 2. Wanneer het bedrag van de inkomsten in vreemde valuta is bepaald, wordt het in euro omgezet naar de wisselkoers bij de betaling of de toekenning van die inkomsten.