Artikel 17, WIB 92

Art. 17, § 1, 4°, is van toepassing op lijfrenten en pensioenen, aanvullende pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden uitgekeerd vanaf 01.01.2006 (art. 162 en 190, 2de lid, 1°, W 27.12.2005 - B.S. 30.12.2005; Numac: 2005021183 - err. B.S. 31.01.2006)


§ 1. Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen zijn alle opbrengsten van roerend vermogen aangewend uit welken hoofde ook, namelijk:

1° dividenden;

2° interest;

3° inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen;

4° inkomsten die begrepen zijn in lijfrenten of tijdelijke renten die geen pensioenen zijn en na 1 januari 1962 onder bezwarende titel zijn aangelegd ten laste van enige rechtspersoon of onderneming. De lijfrenten die zijn aangelegd tegen storting met afstand van een kapitaal dat is gevormd, ofwel, met bijdragen of premies als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°, ofwel, in het kader van een aanvullend pensioen voor zelfstandigen als bedoeld in artikel 34, § 1, 2°bis, zijn geen pensioenen.

§ 2. Wanneer het bedrag van de inkomsten in vreemde valuta is bepaald, wordt het in euro omgezet naar de wisselkoers bij de betaling of de toekenning van die inkomsten.