Artikel 195, WIB 92
Art. 195, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1998 (art. 22, KB 20.12.1996 - B.S. 31.12.1996; Numac: 1996003699)
§ 1. Bedrijfsleiders worden voor de toepassing van de bepalingen inzake beroepskosten met werknemers gelijkgesteld en hun bezoldigingen en de ermede verband houdende sociale lasten worden als beroepskosten aangemerkt.
Stortingen van sociale verzekering of voorzorg, zomede de in artikel 52, 3°, b, vermelde bijdragen voor aanvullende verzekering zijn slechts aftrekbaar in zover zij betrekking hebben op bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend vóór het einde van het belastbare tijdperk waarin de ertoe aanleiding gevende bezoldigde werkzaamheden zijn verricht en mits zij door de vennootschap op de resultaten van dat tijdperk worden aangerekend.
§ 2. Behalve indien de overeenkomsten enkel voorzien in voordelen bij overlijden, worden premies van levensverzekeringen betreffende overeenkomsten die in het voordeel van de vennootschap op het hoofd van bedrijfsleiders zijn gesloten, met de in § 1, tweede lid, vermelde bijdragen gelijkgesteld.
Om het aftrekbare deel van de premies te bepalen, komen uitsluitend de in § 1, tweede lid, omschreven bezoldigingen in aanmerking.
