Artikel 205/5, WIB 92

Art. 205/5 treedt in werking op 01.01.2019 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2020 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2019 (art. 47, 48 en 86, B1, W 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014414)

[Hoofdstuk 1, W 25.12.2017 (B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014414) heeft inzonderheid de gedeeltelijke omzetting tot doel van richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt en de omzetting van richtlijn (EU) 2017/952 van de Raad van 29 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1164 wat betreft hybridemismatches met derde landen (art. 2, W 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014414)]

[Elke wijziging die vanaf 26 juli 2017 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde bepalingen (art. 86 D, W 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017014414)]


§ 1. Bij de bepaling van het belastbaar inkomen wordt het in dit artikel omschreven bedrag van de groepsbijdrage dat betrekking heeft op het belastbaar tijdperk in mindering gebracht van de winst van het belastbaar tijdperk. Deze vermindering wordt "aftrek van de groepsbijdrage" genoemd.

§ 2. Het bedrag van de groepsbijdrage wordt vastgesteld in een in paragraaf 3 en 4 bedoelde groepsbijdrageovereenkomst die wordt gesloten tussen de belastingplichtige en een in aanmerking komende binnenlandse of buitenlandse vennootschap.

Een in aanmerking komende binnenlandse of buitenlandse vennootschap is een vennootschap:

- die beschikt over een deelneming van ten minste 90 % van het kapitaal van de belastingplichtige, of;

- waarvan het kapitaal voor ten minste 90 % wordt aangehouden door de belastingplichtige, of;

- waarvan het kapitaal voor ten minste 90 % wordt aangehouden door een andere binnenlandse of buitenlandse vennootschap en deze andere binnenlandse of buitenlandse vennootschap beschikt over een deelneming van ten minste 90 % van het kapitaal van de belastingplichtige.

Een buitenlandse vennootschap komt enkel in aanmerking indien deze gevestigd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan alleen worden gesloten:

- indien de in het eerste lid bedoelde binnenlandse of buitenlandse vennootschap onafgebroken gedurende het belastbaar tijdperk en de vier voorafgaande belastbare tijdperken kwalificeert als in aanmerking komende binnenlandse of buitenlandse vennootschap; en

- indien het belastbaar tijdperk van de in het eerste lid bedoelde binnenlandse of buitenlandse vennootschap op hetzelfde tijdstip aanvangt en ofwel op hetzelfde tijdstip wordt afgesloten, ofwel ingeval van vereffening van deze vennootschap op een vroeger tijdstip wordt afgesloten, dan het tijdstip waarop het belastbaar tijdperk van de belastingplichtige wordt afgesloten.

De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan niet worden gesloten indien één van beide partijen:

- een vennootschap is die een onroerend goed of ander zakelijk recht met betrekking tot dergelijk goed ter beschikking stelt aan een of meerdere natuurlijke personen die in de vennootschap een opdracht of functies als bedoeld in artikel 32, eerste lid, uitoefenen, of aan hun echtgenoot of kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben;

- een in artikel 185bis bedoelde vennootschap is;

- een zeescheepvaartvennootschap is die aan de belasting wordt onderworpen met inachtneming van de artikelen 115 tot 120 of van artikel 124 van de programmawet van 2 augustus 2002;

- een diamanthandelaar is die aan de belasting wordt onderworpen met inachtneming van artikel 67 tot 71 van de programmawet van 10 augustus 2015;

- een vennootschap is die in toepassing van artikel 342, §§ 2 en 4, forfaitair wordt belast op de winst van het belastbaar tijdperk;

- een in het buitenland gevestigde vennootschap is die, alhoewel ze in het land van haar fiscale woonplaats onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard als die belasting, in dat land een belastingregeling geniet dat afwijkt van het gemeen recht.

§ 3. Een overeenkomst komt slechts in aanmerking als groepsbijdrageovereenkomst indien deze aan de voorwaarden van deze paragraaf voldoet en indien deze voorwaarden ook effectief door de partijen ten uitvoer worden gebracht.

De belastingplichtige en de in aanmerking komende binnenlandse vennootschap of de Belgische inrichting van een in aanmerking komende buitenlandse vennootschap worden als de twee partijen van de overeenkomst geïdentificeerd.

De overeenkomst kan slechts betrekking hebben op één belastbaar tijdperk.

In deze overeenkomst wordt het bedrag van de groepsbijdrage opgenomen. Dit bedrag kan niet hoger zijn dan het beroepsverlies dat in hoofde van de in aanmerking komende binnenlandse vennootschap of de Belgische inrichting van een in aanmerking komende buitenlandse vennootschap in het belastbaar tijdperk zou worden geleden indien de groepsbijdrage niet in de winst zou zijn opgenomen. Indien deze binnenlandse vennootschap of deze Belgische inrichting een partij is in meerdere groepsbijdrageovereenkomsten kan de som van de in deze overeenkomsten opgenomen bedragen van de groepsbijdrage niet hoger zijn dan het voormelde beroepsverlies.

In deze overeenkomst verbindt deze binnenlandse vennootschap of Belgische inrichting zich ertoe om het bedrag van de groepsbijdrage in de aangifte van de vennootschapsbelasting of belasting van de niet-inwoners vennootschappen als winst van het belastbaar tijdperk waarop de overeenkomst betrekking heeft op te nemen.

In deze overeenkomst verbindt de belastingplichtige zich ertoe aan deze binnenlandse vennootschap of Belgische inrichting een vergoeding te betalen die gelijk is aan het surplus aan belasting dat zou zijn verschuldigd geweest indien het in de overeenkomst opgenomen bedrag van de groepsbijdrage niet in mindering zou zijn genomen van de winst van het belastbaar tijdperk.

§ 4. In het geval een in de Europese Economische Ruimte gevestigde in aanmerking komende buitenlandse vennootschap haar activiteiten definitief heeft stopgezet en deze activiteiten niet door een andere vennootschap die deel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen als deze buitenlandse vennootschap worden overgenomen binnen drie jaar na de stopzetting ervan, kan de belastingplichtige een groepsbijdrageovereenkomst met deze buitenlandse vennootschap sluiten indien deze aan de voorwaarden van deze paragraaf voldoet en indien deze voorwaarden ook effectief door de partijen ten uitvoer worden gebracht.

De belastingplichtige en de in het eerste lid bedoelde in aanmerking komende buitenlandse vennootschap worden op onmiskenbare wijze als de twee partijen van de overeenkomst geïdentificeerd.

In deze overeenkomst wordt het bedrag van de groepsbijdrage opgenomen. Dit bedrag kan niet hoger zijn dan het stopzettingsverlies dat in hoofde van de in het eerste lid bedoelde in aanmerking komende buitenlandse vennootschap in het belastbaar tijdperk wordt geleden. Indien deze buitenlandse vennootschap een partij is in meerdere groepsbijdrageovereenkomsten of indien een deel van het verlies wordt gedragen door één of meerdere andere buitenlandse vennootschappen die deel uitmaken van deze groep van vennootschappen kan de som van de in deze overeenkomsten opgenomen bedragen en het deel van het verlies dat wordt gedragen door deze vennootschappen niet hoger zijn dan het voormelde stopzettingsverlies.

In deze overeenkomst verbindt de belastingplichtige zich ertoe aan deze binnenlandse vennootschap of Belgische inrichting een vergoeding te betalen die gelijk is aan het surplus aan belasting dat zou zijn verschuldigd geweest indien het in de overeenkomst opgenomen bedrag van de groepsbijdrage niet in mindering zou zijn genomen van de winst van het belastbaar tijdperk.

§ 5. Om het voordeel van de aftrek van de groepsbijdrage te rechtvaardigen moet de belastingplichtige bij zijn aangifte een opgave voegen waarvan het model door de Koning of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld.