Artikel 211, WIB 92
Art. 211 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 124, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. In geval van fusie, splitsing of ontbinding zonder verdeling van het maatschappelijk vermogen als vermeld in artikel 210, § 1, 1° en 2°, en op voorwaarde dat de overnemende of de verkrijgende vennootschap een binnenlandse vennootschap is:
1° komen de voorheen uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden als vermeld in artikel 44, § 1, 1°, die op het ogenblik van de verrichting zijn vrijgesteld, en de meerwaarden die naar aanleiding van die verrichting worden verwezenlijkt of vastgesteld, niet in aanmerking voor belastingheffing ingevolge artikel 208, tweede lid, of artikel 209;
2° blijft belastingheffing ingevolge artikel 209 voor het overige achterwege in zover de inbrengen worden vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven.
Ingeval tot de ontbinding van de vennootschap niet is besloten met de directe bedoeling tot een fusie of splitsing over te gaan, is het eerste lid niet van toepassing wanneer de vereffenaars tevoren het maatschappelijk vermogen gedeeltelijk hebben verdeeld met vrijstelling van belasting of wanneer ze de immateriële, materiële of financiële vaste activa geheel of gedeeltelijk hebben vervreemd.
§ 2. Behoudens wanneer een binnenlandse vennootschap wordt omgezet in een landbouwvennootschap die niet voor de heffing van de vennootschapsbelasting heeft gekozen, en niettegenstaande het bepaalde van artikel 210, § 1, 3°, blijft belastingheffing ingevolge artikel 208, tweede lid, of artikel 209 achterwege bij het aannemen van een andere rechtsvorm, wanneer de waardering van de activa en passivabestanddelen, met inbegrip van het kapitaal en de reserves, geen wijziging ondergaat naar aanleiding van de verrichting.
