Artikel 21, WIB 92

Art. 21 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 19, 1ste lid, 1°, 2°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)


De inkomsten van roerende goederen en kapitalen omvatten niet:

1° inkomsten uit preferente aandelen van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;

2° inkomsten uit aandelen betaald of toegekend bij gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen of bij verkrijging van eigen aandelen door buitenlandse vennootschappen en door beleggingsvennootschappen als bedoeld in de artikelen 114 en 118 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;

3° inkomsten uit Belgische overheidsfondsen en uit leningen van voormalig Belgisch Kongo die zijn uitgegeven met vrijstelling van Belgische zakelijke en personele belastingen, of van elke belasting;

4° loten van effecten van leningen;

5° de eerste schijf van 50.000 frank per jaar van inkomsten uit spaardeposito's zonder overeengekomen vaste termijn of opzeggingstermijn:

a) bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas;

b) bij de gemeentespaarkassen waarvan sprake in artikel 124 van de nieuwe gemeentewet;

c) bij privéspaarkassen die aan de controle van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen onderworpen zijn;

d) bij banken;

e) bij het Gemeentekrediet van België, de Nationale Kas voor Beroepskrediet of de door haar erkende kredietverenigingen, het Nationaal Instituut voor Landbouwkrediet of de door dit instituut erkende kredietkassen, bij de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid en het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet,

met dien verstande dat:

- deze deposito's bovendien moeten voldoen aan de vereisten die de Koning stelt op eensluidend advies van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen in toepassing van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935, wat betreft de munt waarin deze deposito's luiden en de voorwaarden en wijze van terugneming en opneming, evenals wat betreft de structuur en het niveau en de wijze van berekening van de vergoeding ervan;

- als opzeggingstermijn in de zin van deze bepaling niet worden beschouwd de termijnen die slechts een waarborg zijn die de depositaris voor zich heeft bedongen;

6° de eerste schijf van 5.000 frank van dividenden van door de Nationale Raad van de Coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen;

7° inkomsten uit effecten van leningen voor de herfinanciering van leningen gesloten door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting en de Nationale Landmaatschappij of door het Amortisatiefonds van de leningen voor de sociale huisvesting;

8° inkomsten van roerende goederen en kapitalen, die in het kader van het pensioensparen worden verleend of toegekend aan daartoe erkende instellingen voor collectieve belegging of aan houders van een individuele spaarrekening ter zake van de in die rekening begrepen activa, voor zover aan de op dat stuk gestelde vereisten is voldaan en de gestorte bedragen in het kader van het pensioensparen terecht van het totale netto-inkomen zijn afgetrokken; de Koning neemt bijzondere maatregelen voor de toepassing van en de controle op deze bepaling.