Artikel 233, WIB 92
Art. 233, derde lid, treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2014 (art. 47 en 51, 1ste lid, W 30.07.2013 - B.S. 01.08.2013; Numac: 2013204390; vernietigd bij arrest nr. 24/2018 van het Grondwettelijk Hof)
[elke wijziging die vanaf 28 juni 2013 aangebracht werd of wordt aan de afsluitdatum van het boekjaar blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de maatregelen in dit artikel (art. 51, 2de lid, W 30.07.2013 - B.S. 01.08.2013)]
[bij arrest nr. 24/2018 van 01.03.2018 (B.S. 28.05.2018, p. 44084), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 47, W 30.07.2013, vernietigd, en handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2018, met uitzondering van de belastingaanslagen waarbij de ‘Fairness Taks’ werd geheven ten laste van de Belgische vennootschappen die binnen de werkingssfeer vallen van de richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 ‘betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten’ op de winst die zij hebben ontvangen van hun dochterondernemingen en die zij op hun beurt hebben uitgekeerd, waardoor de drempel bepaald in artikel 4, lid 3, van de richtlijn werd overschreden]
Voor belastingplichtigen vermeld in artikel 227, 2°, wordt de belasting gevestigd op het totale bedrag van de winst, opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen, en de in artikel 228, § 2, 3°, a en e, vermelde winst die zonder bemiddeling van zulke inrichtingen is opgebracht.
Daarenboven wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd op de niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard, op de verdoken meerwinsten en op de financiele voordelen of voordelen van alle aard als vermeld in artikel 219.
Bovendien wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd volgens de regels bepaald in artikel 219ter. Wat de Belgische inrichtingen betreft, wordt voor de toepassing van deze regeling onder "uitgekeerde dividenden" verstaan, het gedeelte van de bruto door de vennootschap uitgekeerde dividenden, dat verhoudingsgewijs overeenstemt met het positieve aandeel van het boekhoudkundig resultaat van de Belgische inrichting in het globaal boekhoudkundig resultaat van de vennootschap.
