Artikel 244, WIB 92
Art. 244 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 7 en 12, W 30.01.1996 - B.S. 30.03.1996; Numac: 1996003142)
[de directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar verleent ontheffing van de aanslagen die in strijd met de bepalingen van de artikelen 6 tot 9 van deze wet zijn gevestigd, hetzij ambtshalve wanneer de overbelastingen door de administratie zijn vastgesteld of door de belastingschuldige aan de administratie zijn bekendgemaakt binnen een termijn van één jaar vanaf de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, hetzij ingevolge een gemotiveerd bezwaarschrift ingediend binnen dezelfde termijn bij de directeur der belastingen van de provincie of het gewest in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd; geen moratoriuminteresten worden toegekend bij teruggave van belasting overeenkomstig het eerste lid (art. 12, W 30.01.1996 - B.S. 30.03.1996)]
In afwijking van artikel 243 wordt de belasting berekend volgens de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III en met inachtneming van de artikelen 86 tot 89 en 126 tot 129, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 86 tot 89 en 146 tot 154, het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen:
1° wanneer de belastingplichtige gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden;
2° wanneer de belastingplichtige in België belastbare beroepsinkomsten als vermeld in artikel 228, § 2, 3°, a, b en e, en 4° tot 7°, heeft behaald of verkregen, die ten minste 75 % bedragen van het geheel van zijn binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
