Artikel 244, WIB 92
Art. 244, eerste lid, 2°, en tweede lid, tweede streepje, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2013 (art. 68, 1° en 2°, en 73, 1ste lid, W 13.12.2012 - B.S. 20.12.2012; Numac: 2012003381)
In afwijking van artikel 243 wordt de belasting berekend volgens de regels bepaald in titel II, hoofdstuk III en met inachtneming van de artikelen 86 tot 89 en 126 tot 129, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 86 tot 89 en 146 tot 154, het geheel van de binnenlandse en buitenlandse inkomsten in aanmerking wordt genomen:
1° wanneer de belastingplichtige gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden;
2° wanneer de belastingplichtige in België belastbare beroepsinkomsten heeft behaald of verkregen, die ten minste 75 % bedragen van het geheel van zijn in het belastbaar tijdperk behaalde of verkregen binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten.
In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 145^1, 2°, wat de individuele levensverzekeringen betreft die dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening voor een andere dan de in artikel 104, 9°, bedoelde woning, en 145^1, 3°, slechts van toepassing wanneer de hypothecaire lening is aangegaan voor:
- een in België gelegen woning;
- een in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gelegen woning die de belastingplichtige op 31 december van het jaar waarin het leningcontract is gesloten, zelf betrekt (...). Om te beoordelen of de belastingplichtige de woning zelf betrekt, gelden dezelfde regels als in artikel 12, § 3.
