Artikel 246, WIB 92
Art. 246, tweede lid, is van toepassing vanaf 07.01.2016 (art. 52, W 18.12.2015 - B.S. 28.12.2015; Numac: 2015003486 - err. B.S. 14.01.2016)
In gevallen vermeld in artikel 233:
1° onverminderd de toepassing van artikel 218, wordt de belasting berekend volgens de tarieven en regels bepaald in de artikelen 215 en 217, met dien verstande dat, met betrekking tot de in dat artikel 215, tweede en derde lid, 4°, vastgestelde regels, alleen de winst vermeld in artikel 233, eerste lid, in aanmerking wordt genomen;
2° wordt de afzonderlijke aanslag op niet verantwoorde kosten en voordelen van alle aard, op verdoken meerwinsten en op de financiële voordelen of voordelen van alle aard bedoeld in artikel 233, tweede lid, berekend tegen 100 %, tenzij kan worden aangetoond dat de verkrijger van die kosten of voordelen een rechtspersoon is, of dat de verdoken meerwinsten terug zijn opgenomen in de boekhouding overeenkomstig artikel 219, vierde lid, in welke gevallen de aanslag gelijk is aan 50 %;
3° onverminderd de toepassing van artikel 218, wordt de afzondelijke aanslag vermeld in artikel 233, derde lid berekend tegen 5 %.
In het artikel 231, § 2, vierde lid, vermelde geval, wordt de belasting berekend tegen het in artikel 217, 1°, bepaalde tarief, onverminderd de toepassing van artikel 218.
In afwijking van het eerste lid, wordt het tarief bepaald op 5 %, met betrekking tot de kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatsteun, betaald worden aan landbouwers die belastingplichtigen zijn beoogd in artikel 227, 2°, door de bevoegde gewestelijke instellingen in het kader van de steun aan de landbouw met het oog op vestiging en/of immateriële en materiële vaste activa aan te schaffen en tot stand te brengen.
Het in het derde lid vermelde tarief geldt als de subsidies betrekking hebben op investeringen in materiële vaste activa of immateriële vaste activa die afschrijfbaar zijn en die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater.
Geen van de bij de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken noch enige compensatie voor het verlies van het belastbaar tijdperk mag worden verricht op de grondslag van de in het derde lid vermelde belasting.
In geval van vervreemding van een in het derde lid vermeld vast actief, anders dan bij schadegeval, onteigening, opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis, die gedurende de eerste drie jaren van de investering plaatsvindt, wordt het verlaagde tarief met betrekking tot dat vast actief niet meer verleend vanaf het belastbaar tijdperk waarin de vervreemding heeft plaatsgevonden en wordt het bedrag van de voorheen vrijgestelde winst geacht een winst te zijn van dit belastbaar tijdperk.
