Artikel 262, WIB 92
Art. 262 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 164, WIB; art. 166, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
In afwijking van artikel 261 is de roerende voorheffing over de volgende inkomsten verschuldigd door de verkrijger daarvan:
1° inkomsten van roerende goederen en kapitalen of loten van effecten van leningen van buitenlandse oorsprong die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtigen zonder bemiddeling van een in België gevestigde tussenpersoon in het buitenland hebben verkregen;
2° dividenden van buitenlandse oorsprong, die ingevolge de artikelen 202 en 203 als reeds belaste inkomsten in aftrek kunnen komen en die aan de belasting van niet inwoners onderworpen belastingplichtigen zonder tussenkomst van een in België gevestigde tussenpersoon in het buitenland hebben verkregen;
3° inkomsten van verhuring van roerende goederen die voortkomen uit de verhuring van stofferende huisraad in gemeubileerde woningen, kamers of appartementen, inkomsten uit onderverhuring, overdracht van een huurceel en concessie van een gebruiksrecht als vermeld in artikel 90, 5° en opbrengsten uit de verhuring van jacht, vis en vogelvangstrecht, indien die inkomsten worden verkregen door rechtspersonen als vermeld in artikel 220 of door niet inwoners;
4° inkomsten van roerende goederen en kapitalen en loten van effecten van leningen, die onrechtmatig met vrijstelling van voorheffing zijn verkregen:
a) op grond van een onjuiste verklaring;
b) of op collectieve of individuele spaarrekeningen die niet voldoen aan de vereisten van artikel 21, 8°;
5° aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtigen die inkomsten van vastrentende effecten van buitenlandse oorsprong verkrijgen, ingeval die effecten vóór de vervaldag van de inkomsten worden vervreemd.
