Artikel 262, WIB 92

Art. 262, 2°, wordt opgeheven voor de ten vroegste op 31.12.1995 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten (art. 10, 3°, en 11, 4de lid, W 30.01.1996 - B.S. 30.03.1996; Numac: 1996003142)


In afwijking van artikel 261 is de roerende voorheffing over de volgende inkomsten verschuldigd door de verkrijger daarvan:

1° inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten vermeld in artikel 90, 6°, verkregen door aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtigen ingeval die inkomsten:

a) onder enige inhouding of storting van roerende voorheffing zijn toegekend of betaalbaar gesteld, indien het inkomsten van Belgische oorsprong betreft;

b) zonder bemiddeling van een in België gevestigde tussenpersoon in het buitenland zijn verkregen, indien het inkomsten van buitenlandse oorsprong betreft;

2° (...);

3° inkomsten van verhuring van roerende goederen die voortkomen uit de verhuring van stofferende huisraad in gemeubileerde woningen, kamers of appartementen, inkomsten uit onderverhuring, overdracht van een huurceel en concessie van een gebruiksrecht als vermeld in artikel 90, 5° en opbrengsten uit de verhuring van jacht-, vis- en vogelvangstrecht, indien die inkomsten worden verkregen door rechtspersonen als vermeld in artikel 220 of door niet-inwoners;

4° inkomsten van roerende goederen en kapitalen en loten van effecten van leningen, die onrechtmatig met vrijstelling van voorheffing zijn verkregen:

a) op grond van een onjuiste verklaring;

b) of op collectieve of individuele spaarrekeningen die niet voldoen aan de vereisten van artikel 21, 8°;

5° in artikel 19, § 1, 4°, bedoelde inkomsten, wanneer ze van buitenlandse oorsprong zijn, evenals de inkomsten van vastrentende effecten van buitenlandse oorsprong, verkregen door aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtigen, indien de rentegevende effecten vóór de vervaldag van de inkomsten worden vervreemd.