Artikel 264, WIB 92

Art. 264, eerste lid, 1°, a, is van toepassing vanaf 26.07.1994 (art. 41, W 06.07.1994 - B.S. 16.07.1994; Numac: 1994003443)

Art. 264, eerste lid, 2° en 3°, a), is van toepassing vanaf aanslagjaar 1992 (art. 41, W 06.07.1994 - B.S. 16.07.1994; Numac: 1994003443)

Art. 264 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 169, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)


De roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van dividenden:

1° dat wordt verleend of toegekend:

a) aan de Staat, de Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, intercommunale openbare centra voor maatschappellijk welzijn, zomede aan intercommunales beheerst door de wet van 22 december 1986 waarvan de aandelen uitsluitend eigendom zijn van de Staat, de Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, federaties van gemeenten, gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn en intercommunale openbare centra voor maatschappellijk welzijn;

b) door een intercommunale beheerst door de wet van 22 december 1986 aan een andere intercommunale beheerst door dezelfde wet;

2° dat overeenstemt met de in de artikelen 186, 187 en 209 vermelde dividenden;

3° dat, in geval van opneming van gereserveerde winst, gelijk is:

a) aan de bedragen die van de gereserveerde winst zijn afgetrokken als definitief belaste reserves, aangelegd tijdens de aanslagjaren 1973 en vorige.

b) aan de winst die vroeger ten name van de vennoten is belast.

Voor de toepassing van deze bepaling stelt de Koning de volgorde vast voor het aanrekenen van die opnemingen op de verschillende bestanddelen van de gereserveerde winst.