Artikel 286, WIB 92

Art. 286, tweede tot vierde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2008 op de octrooi-inkomsten bedoeld in artikel 205^2, WIB 92, die betrekking hebben op octrooien in de zin van artikel 205^2, § 2, van hetzelfde Wetboek, die niet door de vennootschap, een licentienemer of verbonden ondernemingen zijn gebruikt voor de verkoop van goederen of diensten aan onafhankelijke derden voor 01.01.2007 (art. 92 en 93, progW 27.04.2007 - B.S. 08.05.2007; Numac: 2007201505 - err. B.S. 23.05.2007 - err. B.S. 08.10.2007)


Het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting bedraagt vijftien vijfentachtigsten van het netto-inkomen voor aftrek van de roerende voorheffing en, in voorkomend geval, de woonstaatheffing.

In afwijking van het eerste lid, wordt met betrekking tot octrooi-inkomsten waarvoor overeenkomstig de artikelen 205^1 tot 205^4 of artikel 236bis een aftrek voor octrooi-inkomsten wordt verleend, het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting bepaald volgens het product van een breuk waarvan de teller gelijk is aan de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting uitgedrukt in een percentage van het inkomen waarop die belasting betrekking heeft, zonder 15 % van dit inkomen te mogen overschrrijden en waarvan de noemer gelijk is aan 100 verminderd met het cijfer van de teller.

Het forfaitaire gedeelte van de buitenlandse belasting als bedoeld in het vorige lid is slechts verrekenbaar ten belope van de belasting verschuldigd op diezelfde octrooi-inkomsten waarvoor overeenkomstig de artikelen 205^1 tot 205^4 of artikel 236bis een aftrek voor octrooi-inkomsten wordt verleend.

Wanneer de schuldenaar van het inkomen de buitenlandse belasting heeft gedragen tot ontlasting van de verkrijger, bedraagt de in het tweede lid vermelde noemer 100.