Artikel 286, WIB 92
Art. 286 is van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2012 (art. 32 en 38, W 28.12.2011 – B.S. 30.12.2011; Numac: 2011021115)
Het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting bedraagt vijftien vijfentachtigsten van het netto-inkomen voor aftrek van de roerende voorheffing en, in voorkomend geval, van de woonstaatheffing en de heffing bedoeld in artikel 174/1.
In afwijking van het eerste lid, wordt met betrekking tot octrooi-inkomsten waarvoor overeenkomstig de artikelen 205^1 tot 205^4 of artikel 236bis een aftrek voor octrooiinkomsten wordt verleend, het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting bepaald volgens het product van een breuk waarvan de teller gelijk is aan de werkelijk ingehouden buitenlandse belasting uitgedrukt in een percentage van het inkomen waarop die belasting betrekking heeft, zonder 15 % van dit inkomen te mogen overschrijden en waarvan de noemer gelijk is aan 100 verminderd met het cijfer van de teller.
Het forfaitaire gedeelte van de buitenlandse belasting als bedoeld in het vorige lid is slechts verrekenbaar ten belope van de belasting verschuldigd op diezelfde octrooi-inkomsten waarvoor overeenkomstig de artikelen 205^1 tot 205^4 of artikel 236bis een aftrek voor octrooiinkomsten wordt verleend.
Wanneer de schuldenaar van het inkomen de buitenlandse belasting heeft gedragen tot ontlasting van de verkrijger, bedraagt de in het tweede lid vermelde noemer 100.
