Artikel 289bis, WIB 92

Art. 289bis is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1997 (art. 15, W 20.12.1995 - B.S. 23.12.1995; Numac: 1995021463; art. 46, W 04.05.1999 - B.S. 12.06.1999; Numac: 1999003331)


Met betrekking tot de in artikel 23, § 1, 1° en 2°, vermelde winst en baten, wordt met de personenbelasting een belastingkrediet verrekend van 10%, met een maximum van 150.000 frank, van het meerdere van:

- het op het einde van het belastbare tijdperk bestaande positieve verschil tussen de fiscale waarde van de in artikel 41 vermelde vaste activa en het bedrag van de schulden die betrekking hebben op de uitgeoefende beroepswerkzaamheid die winst of baten opbrengt;

- ten opzichte van het op het einde van één van de drie voorafgaande belastbare tijdperken bereikte hoogste bedrag van dit verschil.

Met de overeenkomstig artikel 215, tweede lid, berekende vennootschapsbelasting wordt een belastingkrediet verrekend van 7,5%, met een maximum van 800.000 frank, van het positieve verschil tussen:

- het in geld gestorte kapitaal op het einde van het belastbare tijdperk;

- en het op het einde van één van de drie voorafgaande belastbare tijdperken bereikte hoogste bedrag van het in geld gestorte kapitaal.

Om recht te kunnen hebben op het belastingkrediet, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar waarvoor hij de verrekening vraagt, een ingevulde, gedagtekende en ondertekende opgave voegen, waarvan het model door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld.

Het verlenen van het in het eerste lid vermelde belastingkrediet is bovendien onderworpen aan de voorwaarde dat de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen een attest voegt waarvan het model door de minister die bevoegd is voor het sociaal statuut van de zelfstandigen wordt vastgesteld en waarbij bevestigd wordt dat hij in orde is met de betaling van zijn sociale zekerheidsbijdragen als zelfstandige.

In de gevallen vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 1° en 3°, wordt het in het eerste lid vermelde belastingkrediet bepaald alsof er geen verandering van belastingplichtige is geweest.

Wanneer de aanslag op naam van beide echtgenoten wordt gevestigd, worden het percentage, het bedrag en de grens bepaald in het eerste lid per echtgenoot beoordeeld.