Artikel 289bis, WIB 92
Art. 289bis, § 1, eerste lid, inleidende zin, en nieuw vijfde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013 (art. 20, 1° en 2°, en 23, 1ste lid, W 17.06.2013 - B.S. 28.06.2013; Numac: 2013003202; err. B.S. 05.07.2013 - err. B.S. 05.08.2013 - err. B.S. 17.09.2013 - err. B.S. 27.11.2013)
§ 1. Met betrekking tot de in artikel 23, § 1, 1° en 2°, vermelde winst en baten en de in artikel 228, § 2, 3° en 4°, vermelde winst en baten behaald of verkregen door een natuurlijke persoon, wordt met de personenbelasting of de belasting niet-inwoners een belastingkrediet verrekend van 10 %, met een maximum van 3.750 euro, van het meerdere van:
- het op het einde van het belastbare tijdperk bestaande positieve verschil tussen de fiscale waarde van de in artikel 41 vermelde vaste activa en het totale bedrag van de schulden met een oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar die betrekking hebben op uitgeoefende beroepswerkzaamheden die winst of baten opbrengen;
- ten opzichte van het op het einde van één van de drie voorafgaande belastbare tijdperken bereikte hoogste bedrag van dit verschil.
Het verlenen van het belastingkrediet is onderworpen aan de voorwaarde dat de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen een attest voegt waarvan het model door de Minister die bevoegd is voor het sociaal statuut van de zelfstandigen wordt vastgesteld en waarbij wordt bevestigd dat hij in orde is met de betaling van zijn sociale zekerheidsbijdragen als zelfstandige.
In de gevallen vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 1° en 3°, wordt het belastingkrediet bepaald alsof er geen verandering van belastingplichtige is geweest.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden het percentage, het bedrag en de grens bepaald in het eerste lid per echtgenoot beoordeeld.
Voor de in artikel 227, 1°, vermelde niet-inwoners, wordt:
- het belastingkrediet enkel verrekend wanneer de belasting is berekend overeenkomstig artikel 244;
- voor de berekening van het belastingkrediet rekening gehouden met de vaste activa en de schulden die verband houden met de werkzaamheden die in de belasting niet-inwoners belastbare inkomsten opleveren.
§ 2. (...)
§ 3. Om recht te kunnen hebben op het belastingkrediet, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar waarvoor hij de verrekening vraagt, een ingevulde, gedagtekende en ondertekende opgave voegen, waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld.
