Artikel 28, WIB 92

Art. 28, eerste lid, 3°, a, is van toepassing met ingang van 10.01.2005 (art. 371, progW 27.12.2004 - B.S. 31.12.2004; Numac: 2004021170 – err. B.S. 18.01.2005)


Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid die de verkrijger of de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is voorheen heeft uitgeoefend, zijn:

1° inkomsten die worden verkregen of vastgesteld uit hoofde of naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de onderneming of van de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende bezigheid en voortkomen uit meerwaarden op activa die voor de beroepswerkzaamheid zijn gebruikt;

2° inkomsten die worden verkregen of vastgesteld na de stopzetting en voortkomen uit de vorige beroepswerkzaamheid;

3° de vergoedingen van alle aard die na de stopzetting zijn verkregen:

a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid, van de winst of van de baten tot gevolg heeft of zou kunnen hebben, met uitzondering van de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig artikel 15 van zowel het koninklijk besluit van 2 oktober 1996, als het besluit van 19 december 2002 van de Waalse regering en van het besluit van 13 juni 2003 van de Vlaamse regering, betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;

b) of tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winst of van baten.

Dit artikel is eveneens van toepassing wanneer één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid gedurende het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid volledig en definitief worden stopgezet.