Artikel 28, WIB 92
Art. 28, eerste lid, 3°, a, is van toepassing vanaf 16.05.2011 (art. 33, W 14.04.2011 – B.S. 06.05.2011; Numac: 2011201824)
Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid die de verkrijger of de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is voorheen heeft uitgeoefend, zijn:
1° inkomsten die worden verkregen of vastgesteld uit hoofde of naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de onderneming of van de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende bezigheid en voortkomen uit meerwaarden op activa die voor de beroepswerkzaamheid zijn gebruikt;
2° inkomsten die worden verkregen of vastgesteld na de stopzetting en voortkomen uit de vorige beroepswerkzaamheid;
3° de vergoedingen van alle aard die na de stopzetting zijn verkregen:
a) ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid, van de winst of van de baten tot gevolg heeft of zou kunnen hebben, met uitzondering van de vergoedingen ontvangen naar aanleiding van het vrijmaken van referentiehoeveelheden overeenkomstig de federale en gewestelijke reglementeringen betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten;
b) of tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winst of van baten.
Dit artikel is eveneens van toepassing wanneer één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid gedurende het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid volledig en definitief worden stopgezet.
