Artikel 292bis, WIB 92
Art. 292bis, § 1, derde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2007 (art. 288, W 27.12.2006 - B.S. 28.12.2006; Numac: 2006021363 - err. B.S. 24.01.2007 - err. B.S. 12.02.2007)
[elke wijziging die vanaf 18.11.2005 aan de afsluitingsdatum van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking]
§ 1. Het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling wordt volledig met de vennootschapsbelasting verrekend.
Indien een aanslagjaar geen of onvoldoende belasting oplevert om het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling te kunnen verrekenen, wordt het voor dat aanslagjaar niet verrekende belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling achtereenvolgens overgedragen naar de volgende vier aanslagjaren.
De verrekening van het overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling met de belasting van elk van de volgende aanslagjaren mag in geen geval per aanslagjaar meer bedragen dan 105.400 euro of, wanneer het totale bedrag van het overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling op het einde van het vorig aanslagjaar 421.600 euro overtreft, 25 % van dat totale bedrag. Deze bedragen worden jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast. Die aanpassing gebeurt met behulp van de in artikel 178, § 3, bepaalde coëfficiënt.
Het saldo van overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling van het oudste aanslagjaar wordt het eerst verrekend.
Indien er voor een bepaald aanslagjaar na verrekening met de belasting van vijf achtervolgende aanslagjaren, een gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat verband houdt met dat aanslagjaar niet kan worden verrekend, wordt dit gedeelte terugbetaald.
§ 2. Indien, in de loop van het belastbare tijdperk, een verwerving van of een wijziging van de controle over een vennootschap plaatsgrijpt die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, wordt het nog niet verrekende belastingkrediet niet overgedragen op de vennootschapsbelasting met betrekking tot dat belastbare tijdperk, noch tot enig ander later belastbaar tijdperk.
§ 3. Wanneer een vennootschap de inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen heeft verkregen of een andere vennootschap door fusie of door splitsing geheel of gedeeltelijk heeft overgenomen met toepassing van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° of van artikel 211, § 1, wordt het belastingkrediet dat de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór die inbreng of die overname niet heeft kunnen verrekenen, overgedragen in dezelfde verhouding dan die bepaald in artikel 206, § 2, eerste lid.
In geval van fusie met toepassing van artikel 211, § 1, wordt het belastingkrediet dat de overgenomen vennootschap vóór de fusie niet heeft kunnen verrekenen, overgedragen op de overnemende vennootschap, in dezelfde verhouding dan die bepaald in artikel 206, § 2, tweede lid.
In geval van splitsing, met toepassing van artikel 211, § 1, is het eerste lid van toepassing op het gedeelte van het belastingkrediet dat is bepaald naar verhouding van de fiscale nettowaarde van de overgenomen bestanddelen in de totale fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap.
Dit overeenkomstig het eerste tot derde lid bepaalde belastingkrediet wordt geacht verband te houden met het aanslagjaar gedurende het welke de verrichting heeft plaatsgevonden.
In afwijking van § 1, tweede en vijfde lid, is dit overeenkomstig het eerste tot derde lid bepaalde belastingkrediet niet terugbetaalbaar maar het kan zonder beperking in de tijd worden overgedragen.
