Artikel 304, WIB 92
Art. 304, § 2, nieuw derde lid, is van toepassing vanaf 10.01.1997 (art. 38, 1°, KB 20.12.1996 - B.S. 31.12.1996; Numac: 1996003699; ingetrokken door art. 45, § 3, W 04.05.1999 - B.S. 12.06.1999; Numac: 1999003331, op de datum van inwerkingtreding)
§ 1. Aanslagen in de onroerende voorheffing die betrekking hebben op een kadastraal inkomen van minder dan 600 frank per artikel van de kadastrale legger worden niet ten kohiere gebracht.
Behalve als zij roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing betreffen, worden aanslagen in de personenbelasting, in de vennootschapsbelasting, in de rechtspersonenbelasting en in de belasting van niet inwoners niet ten kohiere gebracht wanneer zij, na verrekening van de voorheffingen, voorafbetalingen en andere bestanddelen, geen 100 frank bedragen.
Om te bepalen of de grens van 100 frank is bereikt, wordt rekening gehouden met de opcentiemen en de aanvullende belastingen als vermeld in de artikelen 245 en 466.
§ 2. Bij belastingplichtigen die aan de personenbelasting zijn onderworpen, wordt het eventuele overschot van de in artikelen 279 en 284 vermelde werkelijke of fictieve roerende voorheffingen, van de in de artikelen 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffingen en van de in de artikelen 157 tot 168 en 175 vermelde voorafbetalingen desvoorkomend verrekend met de aanvullende belastingen op de personenbelasting, en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 100 frank bedraagt.
Bij binnenlandse vennootschappen wordt het eventuele overschot van de in artikel 279 vermelde roerende voorheffing en van de in artikelen 157 tot 168 en 218 vermelde voorafbetalingen desvoorkomend verrekenend met de bijzondere afzonderlijke aanslagen gevestigd ingevolge artikel 219 en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 100 frank bedraagt.
Bij belastingplichtigen die ingevolge artikel 220, 2°, aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, worden de in artikel 226 vermelde voorafbetalingen verrekend met de in artikel 225, tweede lid, 1° en 6°, vermelde aanslagen, wordt het overschot in voorkomend geval verrekend met de andere in dat lid vermelde aanslagen en wordt het saldo teruggegeven indien het ten minste 100 frank bedraagt.
Bij belastingplichtigen die ingevolge artikel 232 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, is het eerste lid van deze paragraaf van toepassing op de belasting berekend volgens de artikelen 243 tot 245.
Bij belastingplichtigen die ingevolge artikel 233 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, is het tweede lid van deze paragraaf van toepassing op de belasting berekend volgens artikel 246 en wordt het eventuele overschot van de in artikel 270 tot 272 vermelde bedrijfsvoorheffing met die belasting verrekend, het saldo wordt teruggegeven indien het ten minste 100 frank bedraagt.
