Artikel 313, WIB 92

Art. 313 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 220bis, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)


Rijksinwoners zijn niet gehouden in hun aangifte in de personenbelasting de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en de in artikel 90, 6°, vermelde loten te vermelden, met uitzondering van:

1° de inkomsten waarop overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen geen roerende voorheffing is gekweten;

2° de in artikel 21, 5° en 6° vermelde inkomsten in zover zij meer bedragen dan respectievelijk de in het 5° en 6° van dat artikel bepaalde grenzen en voor zover de roerende voorheffing niet geheven is op dit meerdere.

De roerende voorheffing op de aldus niet aangegeven inkomsten wordt noch met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald.