Artikel 313, WIB 92
Art. 313, eerste lid, 1°, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 34 en 47, § 1, W 28.07.1992 - B.S. 31.07.1992; Numac: 1992003462)
Rijksinwoners zijn niet gehouden in hun aangifte in de personenbelasting de inkomsten van roerende goederen en kapitalen en de in artikel 90, 4° tot 6° vermelde diverse inkomsten te vermelden, met uitzondering van:
1° de inkomsten andere dan de in de artikelen 186, 187 en 209 vermelde dividenden waarop overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen geen roerende voorheffing is gekweten;
2° de in artikel 21, 5° en 6° vermelde inkomsten in zover zij meer bedragen dan respectievelijk 50.000 en 5.000 frank en de roerende voorheffing niet geheven is op dit meerdere.
De roerende voorheffing op de aldus niet aangegeven inkomsten wordt noch met de personenbelasting verrekend, noch terugbetaald.
