Artikel 314, WIB 92

Art. 314, § 3, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5°, en 6°, en § 6, eerste lid, 1°, 2°, en tweede lid is van toepassing met ingang van 16.07.1994 (art. 52 en 91, 10de lid, W 06.07.1994 - B.S. 16.07.1994; Numac: 1994003443)

§ 1. Aan de belastingplichtigen die aan de in artikel 1 vermelde belastingen zijn onderworpen, wordt door de administratie der directe belastingen een fiscaal identificatienummer toegekend.

Voor natuurlijke personen stemt dit fiscaal nummer overeen met hun identificatienummer in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

Het fiscaal identificatienummer van de rechtspersonen evenals dat van de belastingplichtigen die niet in het voormelde Rijksregister zijn ingeschreven, wordt toegekend en gebruikt volgens de regels bepaald door de Koning.

§ 2. Het fiscaal identificatienummer van de natuurlijke personen mag worden gebruikt onder de voorwaarden en tot de doeleinden bepaald in het koninklijk besluit van 25 april 1986 waarbij sommige overheden van het Ministerie van Financiën gemachtigd worden om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen te gebruiken en in het ministerieel besluit van 27 maart 1987 waarbij sommige ambtenaren van de Administratie der directe belastingen gemachtigd worden om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen te gebruiken.

§ 3. Behalve het in § 2 bedoelde gebruik mag het fiscaal identificatienummer van de natuurlijke personen worden gebruikt, alleen als identificatiemiddel, in de hierna vermelde externe betrekkingen welke nodig zijn voor de uitvoering van de wets- en verordeningsbesluiten waarmede de administratie der directe belastingen is belast:

1° met de houder van dat nummer of diens wettelijk vertegenwoordigers;

2° met de erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden indien de houder van dat nummer overleden is;

3° met de lasthebbers aan wie de houder van dat nummer een algemene lastgeving inzake inkomstenbelastingen heeft verleend, op voorwaarde dat de houder van dat nummer zijn schriftelijke toestemming geeft aan de lasthebber.

Deze toestemming kan op ieder ogenblik worden ingetrokken; de intrekking ervan heeft slechts uitwerking voor de toekomst;

4° met de openbare overheden of de instellingen gemachtigd krachtens artikel 8 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;

5° met de natuurlijke personen of rechtspersonen en de feitelijke verenigingen die ertoe gehouden zijn informatie te verstrekken omtrent de houder van dat identificatienummer, in het kader van de verplichtingen welke hun zijn opgelegd door een wets- of verordeningsbepaling betreffende de inkomstenbelastingen;

6° met de in artikel 328 bedoelde diensten, besturen, vennootschappen, verenigingen, instellingen of inrichtingen die met het oog op het verstrekken van bepaalde voordelen, inkomstengetuigschriften aanvragen betreffende de fiscale toestand van de houder van dat nummer.

De hier vermelde personen, instellingen en verenigingen mogen slechts over dat nummer beschikken voor de uitvoering van de bedoelde verplichtingen.

§ 4. Wanneer de administratie der directe belastingen aan een derde uitvoering toevertrouwt van werken die nodig zijn voor het vervullen van taken waarmede zij is belast, is de voormelde administratie gemachtigd, uitsluitend voor de uitvoering van die werken:

1° aan die derde de in toepassing van het koninklijk besluit van 27 september 1984, waarbij aan sommige overheden van het Ministerie van Financiën toegang wordt verleend tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, verkregen informatiegegevens mede te delen welke voor het uitvoeren van die werken noodzakelijk zijn;

2° alleen als identificatiemiddel het fiscaal identificatienummer te gebruiken.

Onder 'derde' dient te worden verstaan elke Belgische onderneming die een opdracht van algemeen belang vervult en door de Koning bij name is aangewezen om mededeling te verkrijgen van de nodige gegevens, uitsluitend voor de uitvoering van die werken.

Deze derden mogen slechts over de beoogde informatiegegevens en over het fiscaal identificatienummer beschikken gedurende de tijd die nodig is voor de uitvoering van die werken en uitsluitend tot dat doel.

§ 5. Inbreuken op de bepalingen van de §§ 2 tot 4 vormen een overtreding van artikel 9 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en kunnen worden gestraft overeenkomstig artikel 13 van die wet.

§ 6. Aan de verplichting tot het vermelden van het fiscaal identificatienummer van de natuurlijke personen zijn onderworpen:

1° de openbare overheden en instellingen bedoeld in § 3, eerste lid, 4°, in hun betrekkingen met de administratie der directe belastingen telkens zij ertoe gehouden zijn inlichtingen te verstrekken omtrent de houder van dat identificatienummer;

2° de natuurlijke personen of rechtspersonen en de feitelijke verenigingen die zich bevinden in de toestand bedoeld in § 3, eerste lid, 5°, en die verplicht zijn gebruik te maken van het identificatienummer van de natuurlijke personen ingevolge de koninklijke besluiten van 5 december 1986 tot regeling in de sociale sector van het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen.

De Koning kan, in de door Hem bepaalde gevallen, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de verplichting tot het vermelden van het fiscaal identificatienummer uitbreiden tot de natuurlijke personen en rechtspersonen en de feitelijke verenigingen die zich in de in § 3, eerste lid, 5°, vermelde omstandigheden bevinden.

§ 7. De niet-naleving van de bepalingen van § 6 wordt bestraft overeenkomstig artikel 445.