Artikel 33ter, WIB 92

Art. 33ter treedt in werking op 01.01.2018 (art. 23 en 36, W 30.03.2018 - B.S. 07.05.2018; Numac: 2018011632)

[Het Grondwettelijk Hof, bij arrest nr. 11/2020 van 23.01.2020 (B.S. 24.02.2020; Numac: 2020200521), vernietigt de wet van 30.03.2018 "betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding" en handhaaft de gevolgen van de vernietigde wet totdat, in voorkomend geval, nieuwe wetsbepalingen in werking treden en uiterlijk tot en met 31.12.2020]


§ 1. Wanneer de terbeschikkingstelling voor persoonlijk gebruik van een in artikel 65 bedoeld voertuig wordt vervangen door een mobiliteitsvergoeding, bedoeld in de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, vormt deze mobiliteitsvergoeding een belastbaar voordeel.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is het jaarlijks belastbare voordeel van de mobiliteitsvergoeding die is vastgesteld overeenkomstig artikel 11 van de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, gelijk aan 4 % van zes zevenden van de cataloguswaarde van de ingeruilde bedrijfswagen, waarbij de cataloguswaarde wordt bepaald overeenkomstig artikel 36, § 2, tweede lid, en zonder dat het voordeel lager kan zijn dan het bedrag bedoeld in artikel 36, § 2, negende lid.

Het in deze paragraaf bedoelde bedrag van het voordeel wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig artikel 12 van dezelfde wet van 30 maart 2018.

§ 3. Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 11 van dezelfde wet, dat het in paragraaf 2 bedoelde voordeel overschrijdt, wordt vrijgesteld.

§ 4. Wanneer in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan de vervanging, meerdere voertuigen, al dan niet kosteloos, opeenvolgend ter beschikking werden gesteld, dan wordt het in paragraaf 2 bedoelde belastbare gedeelte van de mobiliteitsvergoeding berekend op de cataloguswaarde van het ter beschikking gestelde voertuig waarover de belastingplichtige in die periode het langst heeft beschikt. Wanneer die voertuigen gedurende een identieke periode ter beschikking werden gesteld, bepaalt de werkgever welk voertuig in aanmerking wordt genomen om de mobiliteitsvergoeding te berekenen.

§ 5. Wanneer de mobiliteitsvergoeding wordt bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, eerste lid, van dezelfde wet van 30 maart 2018, is het in paragraaf 2 bedoelde belastbare gedeelte van de mobiliteitsvergoeding gelijk aan dat bij de vorige werkgever op datum van uitdiensttreding.

Wanneer de mobiliteitsvergoeding wordt bepaald overeenkomstig artikel 11, § 2, tweede lid, van dezelfde wet van 30 maart 2018, wordt het in paragraaf 2 bedoelde belastbare gedeelte ervan berekend op basis van de cataloguswaarde van het bij de uitdiensttreding ingeleverde voertuig.