Artikel 38, WIB 92
Art. 38, eerste lid, 9°, (vervanging door in euro uitgedrukte bedragen), is van toepassing voor aanslagjaar 2002 (art. 43, KB 13.07.2001 - B.S. 11.08.2001; Numac: 2001003362 - err. B.S. 21.12.2001)
Vrijgesteld zijn:
1° wettelijke kinderbijslagen, kraamgelden en adoptiepremies;
2° pensioenen of renten ten laste van de Schatkist toegekend aan militaire en burgerlijke slachtoffers van de twee oorlogen of aan hun rechtverkrijgenden, met uitzondering van militaire ancienniteitspensioenen;
3° de dotatie die op basis van de wet van 21 juni 1960 is toegekend aan de militairen die tijdens de oorlog 1940-1945 in de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittannie hebben gediend;
4° tegemoetkomingen die krachtens de desbetreffende wetgeving aan mindervaliden of gehandicapten worden toegekend ten laste van de Schatkist;
5° toelagen voor geneeskundige verzorging en voor begrafeniskosten, toegekend krachtens de wetgeving betreffende de verzekering tegen ziekte en invaliditeit, betreffende de schadevergoedingen voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg van en naar het werk en betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten;
6° toelagen voor geneeskundige verzorging en voor begrafeniskosten, in het kader van de vrije ziekenfondsverzekering toegekend door de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen die goedgekeurd zijn overeenkomstig de wet van 6 augustus 1990;
7° vergoeding voor begrafeniskosten door de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten toegekend aan de rechtverkrijgenden van zijn personeelsleden of zijn oud-personeelsleden;
8° vergoedingen verkregen ter uitvoering van een individueel verzekeringscontract tegen lichamelijke ongevallen;
9° in zover zij niet meer dan 126 euro per jaar bedragen, de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling aan de werknemers, waarvan de beroepskosten forfaitair worden bepaald overeenkomstig artikel 51 of die regelmatig het openbaar gemeenschappelijk vervoer gebruiken voor die verplaatsing; bij de vestiging van de belasting ten name van de werknemers, wordt de vrijstelling van die vergoedingen verhoogd tot het totale bedrag van de bijdrage van de werkgever in de prijs van een abonnement, wanneer de werknemer tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen van het aanslagjaar waarvoor hij aanspraak maakt op de vrijstelling, een attest overlegt van een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer waaruit blijkt dat hij in de loop van het belastbare tijdperk op regelmatige wijze een abonnement heeft genomen voor zijn verplaatsingen tussen zijn woonplaats en de plaats van tewerkstelling;
10° renten toegekend aan invaliden uit vredestijd of aan hun rechtverkrijgenden, in zover zij meer bedragen dan hetgeen overeenstemt met het rust- of overlevingspensioen waarop de betrokkenen normaal aanspraak hadden kunnen maken;
11° de volgende sociale voordelen verkregen door de personen die in artikel 30 vermelde bezoldigingen ontvangen of hebben ontvangen, alsmede hun rechtverkrijgenden:
a) voordelen waarvoor het wegens de wijze van toekenning niet mogelijk is het door iedere verkrijger werkelijk verkregen bedrag vast te stellen;
b) voordelen die, alhoewel individualiseerbaar, niet de aard van een werkelijke bezoldiging hebben;
c) geringe voordelen of gelegenheidsgeschenken verkregen uit hoofde of naar aanleiding van gebeurtenissen die niet rechtstreeks in verband staan met de beroepswerkzaamheid;
12° de vergoedingen van de vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen en van de vrijwilligers van de Civiele Bescherming tot het beloop van 1.500 euro;
13° het inkomen verkregen voor prestaties geleverd in het kader van een PWA-arbeidsovereenkomst zoals bepaald in artikel 3 van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst tot 3,72 euro per gepresteerd uur;
14° de kilometervergoeding toegekend voor verplaatsingen met de fiets tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, voor een bedrag van maximum 0,15 euro per kilometer.
15° de deelnames in het kapitaal of in de winst, toegekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen, evenals de deelnames in het kader van een investeringsspaarplan en onderhevig aan de belasting op de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen.
De vrijstelling zoals bedoeld in het eerste lid, 9°, kan voor dezelfde verplaatsing of voor een deel hiervan niet worden gecumuleerd met de vrijstelling zoals bedoeld in het eerste lid, 14°.
