Artikel 38, WIB 92
Art. 38, 13°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 1995 (art. 92 en 98, W 21.12.1994 - B.S. 23.12.1994; Numac: 1994021468)
Vrijgesteld zijn:
1° wettelijke kinderbijslagen, kraamgelden en adoptiepremies;
2° pensioenen of renten ten laste van de Schatkist toegekend aan militaire en burgerlijke slachtoffers van de twee oorlogen of aan hun rechtverkrijgenden, met uitzondering van militaire ancienniteitspensioenen;
3° de dotatie die op basis van de wet van 21 juni 1960 is toegekend aan de militairen die tijdens de oorlog 1940-1945 in de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittannie hebben gediend;
4° tegemoetkomingen die krachtens de desbetreffende wetgeving aan mindervaliden of gehandicapten worden toegekend ten laste van de Schatkist;
5° toelagen voor geneeskundige verzorging en voor begrafeniskosten, toegekend krachtens de wetgeving betreffende de verzekering tegen ziekte en invaliditeit, betreffende de schadevergoedingen voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg van en naar het werk en betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten;
6° toelagen voor geneeskundige verzorging en voor begrafeniskosten, in het kader van de vrije ziekenfondsverzekering toegekend door de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen die goedgekeurd zijn overeenkomstig de wet van 6 augustus 1990;
7° vergoeding voor begrafeniskosten door de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten toegekend aan de rechtverkrijgenden van zijn personeelsleden of zijn oud-personeelsleden;
8° vergoedingen verkregen ter uitvoering van een individueel verzekeringscontract tegen lichamelijke ongevallen;
9° in zover zij niet meer dan 5.000 frank per jaar bedragen, de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling aan de werknemers, waarvan de beroepskosten forfaitair worden bepaald overeenkomstig artikel 51 of die regelmatig het openbaar gemeenschappelijk vervoer gebruiken voor die verplaatsing; bij de vestiging van de belasting ten name van de werknemers, wordt de vrijstelling van die vergoedingen verhoogd tot het bedrag van de bijdrage van de werkgever in de prijs van een sociaal abonnement dat wordt vastgesteld ter uitvoering van de wet van 27 juli 1962 tot vaststelling van een werkgeversbijdrage in het verlies geleden door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen ingevolge de uitgifte van abonnementen voor werklieden en bedienden voor de werknemers die, in hun aangifte in de inkomstenbelastingen van het aanslagjaar waarvoor op de vrijstelling aanspraak wordt gemaakt, door middel van een attest van een maatschappij voor openbaar gemeenschappelijk vervoer, aantonen dat zij tijdens het belastbare tijdperk regelmatig een abonnement hebben genomen bij die maatschappij voor hun verplaatsing tussen hun woonplaats en de plaats van tewerkstelling. Evenwel, wanneer de verplichte werkgeversbijdrage kleiner is dan 10.000 frank, wordt de vrijstelling uitgebreid tot de totale bijdrage van de werkgever, begrensd tot de prijs van het sociaal abonnement en met een maximumbedrag van 10.000 frank;
10° renten toegekend aan invaliden uit vredestijd of aan hun rechtverkrijgenden, in zover zij meer bedragen dan hetgeen overeenstemt met het rust- of overlevingspensioen waarop de betrokkenen normaal aanspraak hadden kunnen maken;
11° de volgende sociale voordelen verkregen door werknemers, bestuurders en werkende vennoten en gewezen werknemers, bestuurders en werkende vennoten of hun rechtverkrijgenden:
a) voordelen waarvoor het wegens de wijze van toekenning niet mogelijk is het door iedere verkrijger werkelijk verkregen bedrag vast te stellen;
b) voordelen die, alhoewel individualiseerbaar, niet de aard van een werkelijke bezoldiging hebben;
c) geringe voordelen of gelegenheidsgeschenken verkregen uit hoofde of naar aanleiding van gebeurtenissen die niet rechtstreeks in verband staan met de beroepswerkzaamheid;
12° vergoeding van de vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen tot het beloop van 60.000 frank;
13° de vergoedingen verkregen voor prestaties geleverd in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen.
