Artikel 394, WIB 92
Art. 394 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 295, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. Elk gedeelte van de belasting in verband met de onderscheiden inkomsten van de echtgenoten alsook de voorheffing ingekohierd op naam van één van hen, mag ongeacht het aangenomen huwelijksvermogensstelsel worden vervolgd op al de eigen en de gemeenschappelijke goederen van beide echtgenoten.
Het gedeelte van de belasting in verband met de inkomsten van één van de echtgenoten, die hem eigen zijn op grond van zijn huwelijksvermogensstelsel, alsook de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing, ingekohierd op naam van één van hen, mogen evenwel niet worden vervolgd op de eigen goederen van de andere echtgenoot wanneer deze laatste aantoont:
1° dat hij ze bezat vóór het huwelijk;
2° of dat zij voortkomen van een erfenis of van een schenking door een andere persoon dan zijn echtgenoot;
3° of dat hij ze heeft verworven door middel van fondsen die voortkomen van de realisatie van dergelijke goederen;
4° of dat hij ze heeft verkregen met inkomsten die eigen zijn op grond van zijn huwelijksvermogensstelsel.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de voorheffingen in verband met de periode vóór het huwelijk.
