Artikel 394, WIB 92

Art. 394, § 2, 3 en 5 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2002 (art. 57, A, W 10.08.2001 - B.S. 20.09.2001; Numac: 2001003402)

§ 1. De belasting of het gedeelte van de belasting in verband met de onderscheiden inkomsten van de echtgenoten alsook de voorheffing ingekohierd op naam van één van hen, mogen ongeacht het aangenomen huwelijksvermogensstelsel worden verhaald op al de eigen en de gemeenschappelijke goederen van beide echtgenoten.

De belasting of het gedeelte van de belasting in verband met de inkomsten van één van de echtgenoten die voor de zetting van die belasting als persoonlijk verworven zijn aangemerkt, alsook de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing, ingekohierd op naam van één van hen, mogen evenwel niet worden verhaald op de eigen goederen van de andere echtgenoot wanneer deze laatste aantoont:

1° dat hij ze bezat vóór het huwelijk;

2° of dat zij voortkomen van een erfenis of van een schenking door een andere persoon dan zijn echtgenoot;

3° of dat hij ze heeft verkregen door middel van fondsen die voortkomen van de realisatie van dergelijke goederen;

4° of dat hij ze heeft verkregen met inkomsten die eigen zijn op grond van zijn huwelijksvermogensstelsel.

§ 2. In afwijking van § 1 kan, in geval van feitelijke scheiding van de echtgenoten, de belasting op het vanaf het tweede kalenderjaar na de feitelijke scheiding verworven inkomen van één van de echtgenoten niet meer worden ingevorderd op het inkomen van de andere echtgenoot of op de goederen die deze met dat inkomen heeft verworven.

§ 3. Na de ontbinding van het huwelijk kunnen de onbetaalde belastingen en voorheffingen die betrekking hebben op de periode van het huwelijk, verhaald worden op de goederen van de beide echtgenoten voor zover als aangegeven is in §§ 1 en 2.

Evenwel kan iedere echtgenoot alsdan die goederen onttrekken die ook, krachtens § 1, tweede lid, tijdens het huwelijk hadden kunnen worden onttrokken.

§ 4. De Koning bepaalt de wijze waarop het gedeelte van de belasting in verband met de onderscheiden inkomsten van de echtgenoten wordt vastgesteld.

§ 5. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de belastingen en de voorheffingen in verband met de periode vóór het huwelijk.