Artikel 433, WIB 92

Art. 433 is van toepassing 10 dagen na publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad (01.04.2019) (art. 43, W 11.02.2019 - B.S. 22.03.2019; Numac: 2019040488)

§ 1. De notaris die verzocht is om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp heeft, is persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, wanneer hij daarvan geen bericht geeft aan:

1° de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, op elektronische wijze;

2° de ontvanger waaronder de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed ressorteert, of de ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor is aangewezen, wanneer de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed zijn verblijfplaats in het buitenland heeft en, daarenboven, zo het om een onroerend goed gaat, de ontvanger, bevoegd voor de invordering van de onroerende voorheffing van dat goed, wanneer het bericht omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig de bepaling onder 1°. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende brief verzonden.

§ 2. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt dit bericht als niet bestaande beschouwd.

Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig paragraaf 1, 1°, wordt onder de verzendingsdatum van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën.

§ 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in paragraaf 1, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 1°, voorafgaat.

§ 4. De Koning bepaalt de praktische toepassingsvoorwaarden van dit artikel.