Artikel 433, WIB 92
Art. 433 is van toepassing vanaf 30.12.2019 (art. 6 en 24, W 23.04.2020 - B.S. 11.05.2020; Numac: 2020040971)
§ 1. Om de Schatkist, met het oog op de invordering van de inkomstenbelastingen en bijbehoren, in staat te stellen een wettelijke hypotheek te nemen op een voor hypotheek vatbaar goed dat het voorwerp uitmaakt van een ontwerpakte tot vervreemding of hypothecaire aanwending, zijn de notarissen die verzocht zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp heeft, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, wanneer zij daarvan geen bericht geven aan:
1° de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, op elektronische wijze;
2° de ontvanger waaronder de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed ressorteert, of de ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor is aangewezen, wanneer de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het goed zijn verblijfplaats in het buitenland heeft en, daarenboven, zo het om een onroerend goed gaat, de ontvanger, bevoegd voor de invordering van de onroerende voorheffing van dat goed, wanneer het bericht omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig de bepaling onder 1°. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende zending verzonden.
Het bericht vermeldt de identiteit van de afzender, het goed dat het voorwerp is van de akte bedoeld in het eerste lid en de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht op dat goed.
Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de afzender, de naam, voornaam, hoedanigheid, adres en ondernemingsnummer.
Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht:
a) voor natuurlijke personen: de naam, voornamen en het identificatienummer van het Rijksregister, of bij gebreke daaraan het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, of bij gebreke aan zulke nummers, hun geboortedatum;
b) voor rechtspersonen: de naam, de rechtsvorm en het ondernemingsnummer.
Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identificatie van het goed dat het voorwerp is van de akte bedoeld in het eerste lid, de aard van het goed, zijn adres, het nummer van de kadastrale legger, en indien deze gegevens gekend zijn, de verkoopprijs en de hypothecaire toestand.
§ 2. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt dit bericht als niet bestaande beschouwd.
Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig paragraaf 1, 1°, wordt onder de verzendingsdatum van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in paragraaf 1, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 1°, voorafgaat.
§ 4. De Koning bepaalt de praktische toepassingsvoorwaarden van dit artikel.
