Artikel 444, WIB 92
Art. 444 treedt in werking op 29.12.2014 en is van toepassing op alle geschillen die nog niet definitief zijn afgesloten op de datum van deze inwerkingtreding (art. 37 en 40, progW 19.12.2014 - B.S. 29.12.2014; Numac: 2014021137)
Bij niet-aangifte of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, worden de op het niet aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen, bepaald voor enige verrekening van de voorheffingen, de belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en de voorafbetalingen, vermeerderd met een belastingverhoging die wordt bepaald naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 % tot 200 % van de op het niet aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen.
Bij ontstentenis van kwade trouw kan worden afgezien van het minimum van 10 % belastingverhoging.
Het totaal van de op het niet aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen en de belastingverhogingen mag niet hoger zijn dan het bedrag van de niet aangegeven inkomsten.
De verhoging wordt slechts toegepast wanneer de niet aangegeven inkomsten 2.500 euro bereiken.
Geen belastingverhoging wordt toegepast, wanneer verdoken meerwinsten, als bedoeld in de artikelen 219 en 233, tweede lid, terug in de boekhouding worden opgenomen in een later boekjaar dan het boekjaar tijdens hetwelk de meerwinst werd verwezenlijkt. volgens de in datzelfde artikel 219, vierde lid, bedoelde voorwaarden.
