Artikel 45, WIB 92

Art. 45, huidige tekst wordt § 1 en nieuw § 2, is van toepassing op de aandelen uitgeleend vanaf 14.04.1999 (art. 46 en 61, W 10.03.1999 - B.S. 14.04.1999; Numac: 1999003142)

§ 1. Vrijgesteld zijn eveneens de meerwaarden op aandelen in binnenlandse vennootschappen of in vennootschappen die hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen hebben, wanneer die meerwaarden zijn verkregen of vastgesteld naar aanleiding van een fusie, een splitsing of het aannemen van een andere rechtsvorm tot stand gebracht in toepassing van hetzij de artikelen 211, § 1, of 214, § 1, voor zover de verrichting wordt vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven, hetzij van bepalingen van gelijke aard in die andere Staat.

In dat geval worden meerwaarden of minderwaarden op de in ruil ontvangen aandelen bepaald met inachtneming van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de omgeruilde aandelen, eventueel verhoogd met de belaste meerwaarden of verminderd met de aangenomen minderwaarden, zowel vóór als na de ruil; voor de toepassing van artikel 44, § 1, 2°, worden de in ruil ontvangen aandelen geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen.

§ 2. Zijn eveneens vrijgesteld de meerwaarden op aandelen die toegelaten zijn tot verhandeling op een gereglementeerde markt zoals bedoeld in de richtlijn 93/22/EEG van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten, of op een gereglementeerde markt van een niet-Lid-Staat van de Europese Gemeenschap waarvan de wetgeving minstens in gelijkwaardige toelatingsvoorwaarden voorziet, wanneer die meerwaarden zijn verkregen of vastgesteld naar aanleiding van de lening van die aandelen.

In dat geval worden meerwaarden of minderwaarden op de teruggegeven aandelen bepaald met inachtneming van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de beleende aandelen, eventueel verhoogd met de belaste meerwaarden of verminderd met de aangenomen minderwaarden, zowel voor, tijdens, als na de lening. Voor de toepassing van artikel 44, § 1, 2°, worden de teruggegeven aandelen geacht te zijn verkregen op de datum waarop de beleende aandelen zijn verkregen.