Artikel 461, WIB 92

Art. 461 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 350, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)

§ 1. Tenzij de procureur des Konings met de feiten bekend is geraakt ingevolge een klacht die is ingediend of een aangifte die is gedaan door ambtenaren van de belastingbesturen van het Ministerie van Financien die daartoe behoorlijk gemachtigd zijn, moet hij, indien hij een vervolging wil instellen wegens feiten die naar luid van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten strafrechtelijk strafbaar zijn, het advies van de bevoegde gewestelijke directeur der directe belastingen vragen. De procureur des Konings voegt het feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies; de gewestelijke directeur dient binnen vier maanden na de ontvangst van het aan hem gerichte verzoek hierop te antwoorden.

§ 2. In het geval bedoeld in § 1, wordt de verjaring van de strafvordering geschorst tussen de datum van het verzoek om advies en die waarop de gewestelijke directeur der directe belastingen dit advies uitbrengt.

Deze schorsing mag niet langer duren dan vier maanden.