Artikel 461, WIB 92
Art. 461 is van toepassing met ingang van 01.03.1993 (art. 24 en 30, § 4, W 28.12.1992 - B.S. 31.12.1992; Numac: 1992003810 - err. B.S. 18.02.1993)
Tenzij de procureur des Konings met de feiten bekend is geraakt ingevolge een klacht die is ingediend of een aangifte die is gedaan door ambtenaren van de belastingbesturen van het Ministerie van Financiën die daartoe behoorlijk gemachtigd zijn, en indien hij een vervolging instelt wegens feiten die naar luid van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten strafrechtelijk strafbaar zijn, kan hij het advies vragen van de bevoegde gewestelijke directeur der directe belastingen. De procureur des Konings voegt het feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies; de gewestelijke directeur dient binnen vier maanden na de ontvangst van het aan hem gerichte verzoek hierop te antwoorden.
In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering.
