Artikel 466, WIB 92

Art. 466, tweede lid, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2013 (art. 34 en 39, 8ste lid, W 13.12.2012 - B.S. 20.12.2012; Numac: 2012003381)

Art. 466, tweede lid, is van toepassing voor het aanslagjaar 2012 indien de gronden van belastbaarheid zijn weggevallen voor 31.12.2012 (art. 34 en 39, 9de lid, W 13.12.2012 - B.S. 20.12.2012; Numac: 2012003381)


De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting en de aanvullende agglomeratiebelasting op de personenbelasting worden berekend op de rijksbelasting, dit wil zeggen op de personenbelasting vastgesteld:

- voor verrekening van de in de artikelen 134, § 3, en 156bis, bedoelde belastingkredieten, van de in de artikelen 157 tot 168 en 175 tot 177 bedoelde voorafbetalingen en van de voorheffingen, het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting en de belastingkredieten bedoeld in de artikelen 277 tot 296;

- voor de toepassing van de in de artikelen 157 tot 168 vermelde vermeerderingen, van de in de artikelen 175 tot 177 vermelde bonificatie en van de belastingverhogingen vermeld in artikel 444.

Het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag wordt evenwel verminderd met het gedeelte van de belasting dat betrekking heeft op de roerende inkomsten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, die geen beroepskarakter hebben.