Artikel 134, WIB 92
Art. 134, § 2, 3 en 4, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2017 (art. 148 en 153, W 26.12.2015 - B.S. 30.12.2015; Numac: 2015206007 - err. B.S. 25.01.2016)
§ 1. De belastingvrije som wordt vastgesteld als het totaal van het, eventueel verhoogde, basisbedrag en de toeslagen vermeld in de artikelen 132 en 133.
§ 2. De overeenkomstig artikel 130 berekende basisbelasting wordt verminderd met de belasting op de belastingvrije som.
Die belasting op de belastingvrije som wordt bepaald op:
25 % voor de schijf van de belastingvrije som van 0,01 euro (basisbedrag) tot 5.705 euro (basisbedrag);
30 % voor de schijf van de belastingvrije som van 5.705 euro (basisbedrag) tot 8.120 euro (basisbedrag);
40 % voor de schijf van de belastingvrije som van 8.120 euro (basisbedrag) tot 13.530 euro (basisbedrag);
45 % voor de schijf van de belastingvrije som van 13.530 euro (basisbedrag) tot 24.800 euro (basisbedrag);
50 % voor de schijf van de belastingvrije som boven 24.800 euro (basisbedrag).
§ 3. Wanneer het belastbare inkomen lager is dan de belastingvrije som, wordt voor het deel van die belastingvrije som dat het belastbare inkomen overschrijdt en betrekking heeft op de toeslagen vermeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, een terugbetaalbaar belastingkrediet verleend. Het belastingkrediet is gelijk aan het voormelde gedeelte van de belastingvrije som, vermenigvuldigd met het in paragraaf 2, tweede lid, vermelde tarief van de corresponderende inkomensschijf, met een maximum van 250 euro (basisbedrag) per kind ten laste.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt het deel van de belastingvrije som dat het belastbare inkomen overschrijdt, geacht bij voorrang te bestaan uit de in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, bedoelde toeslagen.
Deze paragraaf is niet van toepassing:
- op de belastingplichtige die beroepsinkomsten heeft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten;
- op de echtgenoot van een in het eerste streepje vermelde belastingplichtige die overeenkomstig artikel 126, § 2, eerste lid, 4°, alleen wordt belast.
§ 4. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt als volgt gehandeld:
1° de belastingvrije som wordt per echtgenoot vastgesteld;
2° de toeslagen vermeld in artikel 132 worden toegevoegd aan het basisbedrag van de belastingvrije som van de echtgenoot met het hoogste belastbare inkomen;
3° wanneer het belastbare inkomen van één van beide echtgenoten lager is dan zijn belastingvrije som, wordt het saldo bij de belastingvrije som van de andere echtgenoot gevoegd;
4° de overeenkomstig artikel 130 berekende basisbelasting van elke echtgenoot wordt verminderd met de belasting op zijn overeenkomstig het 1° tot 3° bepaalde belastingvrije som;
5° wanneer de som van de belastbare inkomens van de beide echtgenoten lager is dan de som van hun belastingvrije sommen, wordt voor het deel van die samengetelde belastingvrije sommen van de echtgenoten dat de som van hun belastbare inkomens overschrijdt en betrekking heeft op de toeslagen vermeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, een terugbetaalbaar belastingkrediet verleend. Dit belastingkrediet is gelijk aan het voormelde deel van de samengetelde belastingvrije sommen, vermenigvuldigd met het in paragraaf 2, tweede lid vermelde tarief van de corresponderende inkomensschijf bij de echtgenoot met het hoogste belastbare inkomen, met een maximum van 250 euro (basisbedrag) per kind ten laste.
