Artikel 143, WIB 92

Art. 143 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 83, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)


Voor het vaststellen van het nettobedrag van de bestaansmiddelen komen niet in aanmerking:

1° gezinstoelagen, studiebeurzen en premies voor het voorhuwelijkssparen;

2° tegemoetkomingen die ten laste van de Schatkist worden toegekend aan gehandicapten;

3° beroepsinkomsten door een dienstplichtige verkregen in het jaar waarin hij zijn militaire dienst of een dienst als gewetensbezwaarde heeft aangevangen;

4° bezoldigingen verkregen door in artikel 135, bedoelde gehandicapten ingevolge tewerkstelling in een erkende beschutte werkplaats;

5° uitkeringen of aanvullende uitkeringen tot onderhoud die ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, aan de belastingplichtige zijn betaald na het belastbare tijdperk waarop ze betrekking hebben.