Artikel 143, WIB 92

Art. 143, 6°, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2002 (art. 29, W 10.08.2001 - B.S. 20.09.2001; Numac: 2001003402)


Voor het vaststellen van het nettobedrag van de bestaansmiddelen komen niet in aanmerking:

1° wettelijke kinderbijslagen, kraamgelden en adoptiepremies, evenals studiebeurzen en premies voor het voorhuwelijkssparen;

2° tegemoetkomingen die ten laste van de Schatkist worden toegekend aan gehandicapten;

3° (...);

4° bezoldigingen verkregen door in artikel 135, bedoelde gehandicapten ingevolge tewerkstelling in een erkende beschutte werkplaats;

5° uitkeringen of aanvullende uitkeringen tot onderhoud die ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, aan de belastingplichtige zijn betaald na het belastbare tijdperk waarop ze betrekking hebben.

6° de uitkeringen vermeld in artikel 90, 3°, die zijn toegekend aan kinderen tot beloop van 1.800 euro per jaar.