Artikel 16, WIB 92
Art. 16 is van toepassing vanaf aanslagjaar 1992 (art. 10, § 1, 1ste, 2de, 3de en 4de lid, en § 2, 1ste, 3de en 4de lid, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. Ingeval een belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, wordt het kadastraal inkomen van die woning verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met een woningaftrek ten bedrage van 120.000 frank, verhoogd met 10.000 frank voor de echtgenoot en voor ieder persoon ten laste van de belastingplichtige op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
§ 2. Voor de vaststelling van de verhoogde woningaftrek komt in aanmerking het hoogste aantal kinderen dat de belastingplichtige op 1 januari van enig vorig jaar ten laste heeft gehad, voor zover hij nog dezelfde woning betrekt en die berekening een hogere aftrek oplevert dan uit de toepassing van § 1 volgt.
§ 3. Wanneer het totale netto-inkomen niet hoger is dan 950.000 frank, wordt de overeenkomstig § 1 beperkte woningaftrek verhoogd met de helft van het verschil tussen het kadastraal inkomen van de woning en de woningaftrek.
Het overschrijden van de grens van 950.000 frank mag niet daartoe leiden dat de verhoging ingevolge het eerste lid wordt verminderd met meer dan de helft van het verschil tussen het totale netto-inkomen en die grens.
§ 4. Voor de toepassing van de §§ 1 tot 3 dient onder het kadastraal inkomen van de woning te worden verstaan het deel dat daarvan overblijft na de toepassing van artikel 14.
§ 5. Wanneer de belastingplichtige meer dan een woning betrekt, wordt de woningaftrek verleend voor een enkele woning naar zijn keuze.
De woningaftrek wordt eveneens verleend wanneer de belastingplichtige om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk de woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.
De woningaftrek wordt niet verleend voor het deel van de woning dat de belastingplichtige gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid of dat betrokken wordt door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.
