Artikel 16, WIB 92
Art. 16 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2005 (art. 5 en 65, 5de lid, W 10.08.2001 - B.S. 20.09.2001; Numac: 2001003402)
§ 1. Wanneer de belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, wordt het kadastraal inkomen van die woning verminderd met een woningaftrek.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het kadastraal inkomen van de woning verstaan, het deel dat daarvan per belastingplichtige overblijft na de toepassing van artikel 14.
§ 2. Wanneer de belastingplichtige meer dan één woning betrekt, wordt de woningaftrek toegekend voor één enkele woning naar zijn keuze.
De woningaftrek wordt eveneens toegekend wanneer de woning om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk door de belastingplichtige wordt betrokken.
De woningaftrek wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van een van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.
§ 3. Wanneer gehuwde belastingplichtigen meer dan één woning betrekken, wordt de woningaftrek slechts toegekend voor de door de echtgenoten gekozen woning die zij beide betrekken. De aftrek mag eveneens worden toegekend voor een woning die de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk betrekken.
§ 4. De woningaftrek bedraagt 3.000 euro.
De woningaftrek wordt verhoogd met 250 euro voor iedere persoon die, overeenkomstig artikel 136, op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, ten laste is van de belastingplichtige. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woning eigendom is van beide echtgenoten samen, wordt die verhoging over hen verdeeld in verhouding tot hun deel in het kadastraal inkomen van de woning.
Voor de vaststelling van de verhoogde woningaftrek komt het hoogste aantal kinderen dat de belastingplichtige op 1 januari van enig vorig jaar ten laste heeft gehad in aanmerking, voor zover hij nog dezelfde woning betrekt en die berekening een hogere aftrek oplevert dan uit de toepassing van het tweede lid volgt.
§ 5. Wanneer het totale netto-inkomen van de belastingplichtige niet hoger is dan 23.500 euro wordt de overeenkomstig § 4 bepaalde woningaftrek verhoogd met de helft van het verschil tussen het kadastraal inkomen van de woning en de woningaftrek.
Het overschrijden van de grens van 23.500 euro mag er niet toe leiden dat de verhoging ingevolge het eerste lid wordt verminderd met meer dan de helft van het verschil tussen het totale netto-inkomen en die grens.
§ 6. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de woningaftrek voor een van de echtgenoten groter is dan het deel dat hij heeft in het kadastraal inkomen van de woning, wordt het saldo aangerekend op het deel van het kadastraal inkomen van de andere echtgenoot, zonder dat dit deel mag worden overschreden.
