Artikel 174/1, WIB 92
Art. 174/1 is van toepassing op de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.01.2012 (art. 28 en 38, W 28.12.2011 - B.S. 30.12.2011; Numac: 2011021115)
§ 1. Er wordt uitsluitend in het voordeel van de Staat een bijkomende heffing op roerende inkomsten ingevoerd, gelijkgesteld met de personenbelasting, ten laste van de belastingplichtigen die interesten en dividenden ontvangen waarvan het totale netto bedrag hoger is dan 13.675 euro (basisbedrag).
Deze heffing wordt vastgelegd op 4 % van het deel van de dividenden en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, dat het totale netto bedrag van 13.675 euro (basisbedrag) overschrijdt.
Het netto bedrag van het inkomen wordt bepaald overeenkomstig artikel 22, § 1.
De dividenden en interesten onderworpen aan een tarief van 10 of 25 % en de in artikel 171, 3°quinquies, bedoelde inkomsten uit spaardeposito's worden niet onderworpen aan deze heffing.
Om te beoordelen of de grens van 13.675 euro (basisbedrag) is overschreden, worden in eerste instantie de dividenden en interesten waarop de heffing niet van toepassing is, berekend. De dividenden bedoeld in artikel 171, 2°, f, moeten evenwel niet worden meegerekend.
§ 2. De in artikel 261 bedoelde schuldenaars van de roerende voorheffing moeten aan het centraal aanspreekpunt dat door de Nationale Bank van België wordt gehouden, de gegevens toezenden met betrekking tot de dividenden en interesten bedoeld in artikel 17, § 1, 1° en 2°, en met identificatie van de verkrijgers van de inkomsten.
Wanneer de verkrijger van de inkomsten kiest voor een inhouding van de bijkomende heffing op roerende inkomsten, bovenop de roerende voorheffing, wordt het bedrag van die inkomsten niet medegedeeld aan het centraal aanspreekpunt.
Wanneer de verkrijger van de inkomsten niet kiest voor de inhouding van bijkomende heffing op roerende inkomsten, wordt die bijkomende heffing in voorkomend geval gevestigd op het moment van de berekening van de personenbelasting op basis van de gegevens uit de aangifte, eventueel aangevuld met de bij het aanspreekpunt gemelde gegevens die niet waren aangegeven.
Het centraal aanspreekpunt zendt, wat een welbepaalde belastingplichtige betreft, de informatie die nodig is voor de juiste toepassing van dit artikel met betrekking tot de hier beoogde inkomsten, toe aan de bevoegde operationele fiscale administratie die erom verzoekt. Wanneer, met betrekking tot een belastingplichtige, het totaal van alle tijdens een jaar medegedeelde roerende inkomsten 13.675 euro (basisbedrag) overschrijdt, zendt het centraal aanspreekpunt de inlichtingen betreffende die belastingplichtige automatisch toe aan de bevoegde operationele fiscale administratie.
De Koning bepaalt de modaliteiten voor het toezenden van de informatie aan het centraal aanspreekpunt door de schuldenaars van de roerende voorheffing en aan de operationele fiscale administraties door het centraal aanspreekpunt.
§ 3. De inhoudingen aan de bron van de heffing worden geregeld bij de bepalingen van toepassing in Titel VI inzake roerende voorheffing behalve wanneer hiervan wordt afgeweken.
De Koning kan bijzondere regels vastleggen met betrekking tot de inhouding aan de bron van de heffing.
De bepalingen van Titel VII zijn van toepassing op de heffing behalve wanneer hiervan wordt afgeweken.
