Artikel 18, WIB 92
Art. 18, eerste lid, 2°ter, is van toepassing op de inkomsten die vanaf 01.01.2015 werden verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie en, wat de toepassing van de roerende of bedrijfsvoorheffing betreft, op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 01.09.2015 (art. 40 en 47, progW 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015; Numac: 2015203736)
[Iedere wijziging aan de oprichtingsakte van een juridische constructie als bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, a), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de omzetting in een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, b), van hetzelfde Wetboek of van een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, b), van dat Wetboek met het oog op de omzetting in een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, a), van het genoemde Wetboek die gebeurt vanaf 9 oktober 2014, kan niet worden tegengeworpen aan de administratie.
Voor de toepassing van het tweede lid, moet rekening worden gehouden:
- tot 31 december 2014, met artikel 2, § 1, 13°, b), van het genoemde Wetboek, zoals dat bestond voor te zijn gewijzigd door artikel 38, 1°, van deze wet (progW 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015);
- vanaf 1 januari 2015, met artikel 2, § 1, 13°, b), van hetzelfde Wetboek, zoals het is vervangen door artikel 38, 1°, van deze wet (art. 47, tweede en derde lid, progW 10.08.2015 - B.S. 18.08.2015; opgeheven door art. 99, progW 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017032136. Art. 99 is van toepassing op de inkomsten die vanaf 17.09.2017 werden verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie. en, wat de toepassing van de roerende voorheffing betreft, op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf de eerste dag van de maand na die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekend gemaakt (01.01.2018) (art. 100, 1ste lid, progW 25.12.2017 - B.S. 29.12.2017; Numac: 2017032136)).]
Dividenden omvatten:
1° alle voordelen toegekend door een vennootschap aan aandelen en winstbewijzen hoe ook genaamd, uit welken hoofde en op welke wijze ook verkregen;
2° gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal, met uitzondering van terugbetalingen van gestort kapitaal verkregen ter uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen;
2°bis gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van uitgiftepremies en van bedragen waarop ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen is ingeschreven, met uitzondering van terugbetalingen van bedragen die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld ter uitvoering van één regelmatige beslissing van de algemene vergadering genomen overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen die van toepassing zijn op statutenwijzigingen;
2°ter
a) uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de artikelen 186, 187 en 209 in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap of van verkrijging van eigen aandelen door een dergelijke vennootschap;
b) in afwijking van de bepaling onder a), uitkeringen toegekend of betaalbaar gesteld door een in artikel 2, § 1, 13°, b), bedoelde juridische constructie, ten gevolge van haar ontbinding of van de totale of gedeeltelijke overdracht van haar activa waarvoor in ruil geen gelijkwaardig tegenprestatie werd verkregen, voor het gedeelte dat het bedrag van de ingebrachte activa die reeds in België hun belastingregime hebben ondergaan, overschrijdt;
3° (...);
4° interest van voorschotten wanneer één van volgende grenzen wordt overschreden en in de mate van die overschrijding:
- ofwel de in artikel 55 gestelde grens,
- ofwel wanneer het totaal bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.
Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefent, alsmede in voorkomend geval, elke geldlening verstrekt aan die vennootschap, door hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, met uitzondering van:
1° obligaties en andere gelijksoortige effecten uitgegeven door een openbaar beroep op het spaarwezen;
2° geldleningen aan coöperatieve vennootschappen die door de Nationale Raad van de Coöperatie zijn erkend;
3° geldleningen verstrekt door in artikel 179 vermelde vennootschappen.
De dividenden omvatten niet de inkomsten bedoeld in artikel 19, § 1, eerste lid, 4° en 19bis.
