Artikel 18, WIB 92

Art. 18, eerste lid, 3°, en tweede lid, is van toepassing op de vanaf 27.03.1992 betaalde of toegekende interest (art. 1 en 47, § 6, W 28.07.1992 - B.S. 31.07.1992; Numac: 1992003462)


Dividenden omvatten:

1° alle voordelen toegekend door een vennootschap aan aandelen en winstbewijzen hoe ook genaamd, uit welken hoofde en op welke wijze ook verkregen;

2° gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal, met uitzondering van terugbetalingen van gestort kapitaal verkregen ter uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal, overeenkomstig de voorschriften van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen;

3° interest van voorschotten wanneer één van volgende grenzen wordt overschreden en in de mate van die overschrijding:

- ofwel de in artikel 55 gestelde grens,

- ofwel wanneer het totaal bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk.

Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde vordering van een bestuurder van een kapitaalvennootschap op die vennootschap of van een vennoot van een personenvennootschap op die vennootschap, alsmede elke vordering op die vennootschappen, van hun echtgenoot of van hun kinderen wanneer de bestuurder, vennoot of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, met uitzondering van:

1° obligaties uitgegeven door een openbaar beroep op het spaarwezen;

2° vorderingen op coöperatieve vennootschappen die door de Nationale Raad van de Coöperatie zijn erkend.

3° vorderingen in het bezit van bestuurders en vennoten die in artikel 179 vermelde vennootschappen zijn.