Artikel 19, WIB 92
Art. 19 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 11bis, § 1, 1ste lid, en § 2, WIB; art. 12, § 1, 1°, ten dele, WIB; art. 13, WIB; art. 14, ten dele, WIB; art. 15, 1ste lid, ten dele, WIB; art. 15bis, WIB; art. 16, 1ste lid, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
§ 1. Interest omvat:
1° interest, achterstallige rente, premies en alle andere opbrengsten van al dan niet vastrentende effecten, van niet door effecten vertegenwoordigde leningen en schuldvorderingen en van gelddeposito's;
2° de in artikel 10, § 2, vermelde termijnen voortkomend van overeenkomsten waarbij een recht van gebruik van gebouwde onroerende goederen wordt verleend, met uitzondering van het in die termijnen begrepen gedeelte dat dient om het in het gebouw belegde kapitaal of, als het een bestaand gebouw betreft, de verkoopwaarde ervan, volledig weer samen te stellen.
§ 2. Met betrekking tot vastrentende effecten omvatten de inkomsten iedere som die boven de uitgifteprijs wordt betaald of toegekend, ongeacht of de toekenning plaatsheeft op de bij overeenkomst vastgestelde vervaldag.
Die inkomsten zijn ten name van elke opeenvolgende houder van de effecten belastbaar in verhouding tot het tijdperk waarin hij houder is geweest.
