Artikel 19, WIB 92

Art. 19, § 1, 3° en § 4, is van toepassing op de met ingang van 07.05.1993 afgesloten contracten (art. 1 en 23, § 2, W 22.07.1993 - B.S. 26.07.1993; Numac: 1993093510)

§ 1. Interest omvat:

1° interest, achterstallige rente, premies en alle andere opbrengsten van al dan niet vastrentende effecten, van niet door effecten vertegenwoordigde leningen en schuldvorderingen en van gelddeposito's;

2° de in artikel 10, § 2, vermelde termijnen voortkomend van overeenkomsten waarbij een recht van gebruik van gebouwde onroerende goederen wordt verleend, met uitzondering van het in die termijnen begrepen gedeelte dat dient om het in het gebouw belegde kapitaal of, als het een bestaand gebouw betreft, de verkoopwaarde ervan, volledig weer samen te stellen.

3° de inkomsten begrepen in kapitalen en afkoopwaarden vereffend bij leven betreffende levensverzekeringscontracten met gewaarborgd rendement die de belastingplichtige individueel heeft gesloten en waarvan geen enkele premie aanleiding heeft gegeven tot een belastingvermindering voor het lange termijnsparen met toepassing van de artikelen 145^1 tot 145^20.

§ 2. Met betrekking tot vastrentende effecten omvatten de inkomsten iedere som die boven de uitgifteprijs wordt betaald of toegekend, ongeacht of de toekenning plaatsheeft op de bij overeenkomst vastgestelde vervaldag.

Die inkomsten zijn ten name van elke opeenvolgende houder van de effecten belastbaar in verhouding tot het tijdperk waarin hij houder is geweest.

§ 3. Met betrekking tot gelddeposito's, omvatten de inkomsten de opbrengsten uit verrichtingen tot afstand, uit welken hoofde ook, door de ene partij van een som geld aan de tegenpartij waarbij deze laatste tegenover de eerste de verbintenis aangaat om op een vooraf bepaalde datum of gedurende een overeengekomen periode een hogere som geld terug te geven waarvan het bedrag bij de aanvang is overeengekomen. De inkomsten stemmen overeen met het verschil tussen die twee bedragen ongeacht de wijze van berekening en vaststelling.

§ 4. Met betrekking tot kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten vermeld in § 1, 3°, stemmen de inkomsten overeen met het verschil tussen, enerzijds de betaalde of toegekende bedragen met uitsluiting van de overeenkomstig artikel 40 vrijgestelde deelnemingen in de winst, en, anderzijds, het totaal van de gestorte premies.

Het belastbare bedrag van de inkomsten mag evenwel niet lager zijn dan het bedrag dat overeenstemt met de kapitalisatie van de interesten tegen 4,75 % per jaar, berekend op het totale bedrag van de gestorte premies.