Artikel 206, WIB 92
Art. 206 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 114, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
Vorige beroepsverliezen worden achtereenvolgens van de winst van elk volgende belastbare tijdperk afgetrokken.
De aftrek mag in geen geval meer bedragen dan 20 miljoen frank of, wanneer de winst na toepassing van de artikelen 202 tot 205, meer dan 40 miljoen frank bedraagt, de helft van die winst.
Wanneer een vennootschap de inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen heeft verkregen of een andere vennootschap heeft overgenomen met toepassing van artikel 46, § 1, 2°, of van artikel 211, zijn de beroepsverliezen die ze vóór die inbreng of die overneming heeft geleden slechts aftrekbaar naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarde van de vennootschap vóór die verrichting in de totale fiscale nettowaarde na die verrichting.
De aandelen die de vennootschap die de inbreng ontvangt of de opslorpende vennootschap bezat in de inbrengende of de opgeslorpte vennootschap, komen echter niet in aanmerking voor de berekening van de voormelde nettowaarde.
Wanneer een vennootschap overgaat tot een verrichting als vermeld in het derde lid, zijn de vorige beroepsverliezen, eventueel beperkt ingevolge het tweede lid, niet aftrekbaar van de winst die wordt verwezenlijkt na de verrichting, indien deze verrichting niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften.
De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, de niet aftrekbaarheid van de vorige verliezen uitbreiden tot andere verrichtingen dan die bedoeld in het derde lid, wanneer de verrichting niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften.
De Koning zal bij de Wetgevende Kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van dit artikel genomen besluiten.
